Categorie archief: Geen categorie

Nieuws/ Winter 2017-2018

Bij de nieuwe prognoses van een temperatuurstijging van 3 [!] graden in 2100

De Wüstungen van de 21e eeuw’ actueler dan ooit

Wüstungen zijn nederzettingen en andere in cultuur gebrachte gebieden die door de nood der omstandigheden moesten worden opgegeven. Het is een begrip dat in de Duitse geschiedschrijving is ontwikkeld naar aanleiding van het verlaten van nederzettingen en cultuurlandschappen in de late middeleeuwen met een uitloop naar de vroeg moderne tijd [1]. Die nood der omstandigheden werd toentertijd niet in de laatste plaats veroorzaakt door de economische gevolgen van seculaire klimaatfluctuaties in de vorm van het periodiek voorkomen van zogeheten kleine ijstijden in combinatie met politiek-militaire conflicten, later uiteindelijk uitmondend in bijvoorbeeld de godsdienstoorlogen van de 16e eeuw en daarna in de rampzalige Dertigjarige Oorlog (1618-1648).  Tempo en ritme van de toen nog hoofdzakelijk agrarisch bepaalde economische conjunctuur werd in die dagen sterk  beïnvloed door klimatologische veranderingen. Dat veranderde vanaf het eind van de 18e eeuw met de industriële revolutie toen het relatief trage seculaire agrarische conjunctuurritme vervangen werd door de driftige hartslag van het industriële kapitalisme. Dat industriële kapitalisme maakte in de daarop volgende twee eeuwen een steeds verdergaande technische beheersing van de krachten der natuur mogelijk, waardoor het hovaardige idee kon post vatten dat mens, economie en maatschappij zich geheel onafhankelijk van de natuur zouden kunnen ontwikkelen. Van een dergelijke hoogmoedswaan moeten we heden ten dage terugkomen. De door de industrialisatie teweeg gebrachte CO2-uitstoot lijkt nu zelfs de klimatologische seculaire fluctuaties fataal te verstoren. Over de vraag of, hoe is en op welke termijn die bedreigende ontwikkeling terug te draaien is bestaat echter minder duidelijkheid dan in moed wanhoop alom wordt gehoopt.  De laatste onderzoeksresultaten wijzen in de richting van een temperatuurstijging van 3 graden in 2100, ook bij naleving van ‘Parijs 2015’ [2]. Bovendien moet ook bij een snellere

omschakeling naar duurzame energiewinning  rekening gehouden gehouden worden met de naijl-effecten van de gedurende de afgelopen twee eeuwen opgebouwde en de komende halve eeuw nog op te bouwen Co2-uitstoot die de komende eeuw garant staan voor een verdergaande klimaatwijziging, zeespiegelstijging en sterkere neerslagfluctuaties incluis. Wie denkt het alle onheil met voorbeeldig duurzaam gedrag te kunnen bezweren houdt zichzelf gruwelijk voor de gek. We moeten daarom afzien van de onaantastbaarheid van de klassieke moderniteit uit het tijdperk van het industriële kapitalisme en terugkeren tot het met ontzag rekening te houden met de natuur zoals in de vroeg moderne periode nog gebeurde – de natuur, ook met zijn minder aangename luimen. Bij dat ‘rekening houden met’ hoort ook de houding van de ‘helden van de terugtocht’ zoals de Duitse essayist Hans Magnus Enzensberger het zo treffend heeft genoemd [3]. In ruimtelijk opzicht moet een dergelijke terugtocht soms ook heel letterlijk-geografisch opgevat kunnen worden, bijvoorbeeld in de vorm van Wüstungen:  het gedeeltelijk of geheel opgeven van nederzettingen en andere in cultuur gebrachte gebieden of de  ingrijpende transformatie van de functies van die nederzettingen en gebieden onder druk van de veranderende natuurlijke omstandigheden.

De  echte consequenties daarvan durft echter nog bijna niemand en bijna nergens te trekken.  In het Duitsland van een Enzensberger zal dat besef nog het eerste doordringen – het land waar het begrip Wüstungen  is uitgevonden en waar de Wüstungen ten tijde van de Dertigjarige Oorlog nog steeds een onlosmakelijk onderdeel van het collectieve geheugen vormen. Denk bij Wüstungen dan zeker ook aan laaggelegen kustgebieden die bij stijging van de zeespiegel  en de daaraan voorafgaande toename van de stormkracht in het verleden en in de toekomst (soms weer opnieuw) opgegeven moesten en moeten worden. Zelfs hele kuststeden op termijn misschien zoals bijvoorbeeld Bremerhaven en Wilhelmshaven – zie een recent pleidooi in die richting in de Tageszeitung [4]. In het veel sterker door het water bedreigde Nederland is een dergelijke gedachtegang nagenoeg ondenkbaar – het Nederland dat als Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden in 1648 bij de Vrede van Münster glorieus uit de oorlog te voorschijn kwam en zijn Wüstungen uit het verleden, hier vooral tot uitdrukking komend in het opgeven van hele poldergebieden, weer voor een belangrijk deel ongedaan wist te maken in de vorm van de aanleg van voor die tijd grootschalige droogmakerijen dankzij de inzet van het gigantische surplus aan beschikbaar kapitaal. Wellicht daardoor kennen we in het Nederlands niet een begrip als ‘Wüstungen‘ en zo er al in het verleden – ook nog in de vroeg moderne periode – er een dergelijk besef bestond is dat later volledig overstemd door het geloof in economische groei en in het vermogen tot waterstaatkundige allesbeheersing dat vorm kreeg met het ontstaan de moderne centralistische natiestaat van het Koninkrijk der Nederlanden in de vroege 19e eeuw waarvan de wording en verdere uitbouw geheel en al verweven is met dit waterstaatkundig triomfalisme. Iets meer relativering van de eigen nationale Hollandse mythes zou in ruimtelijk verband daarom beslist geen kwaad kunnen. Door inmiddels economisch en waterstaatkundig hoogstnoodzakelijke grensoverschrijdende  samenwerkingsverbanden aan te gaan zou er wellicht op dit vlak een opening in deze vierkant-Hollandse mentaliteit kunnen plaatsgrijpen.

=De opgave: anticipatie op de Wüstungen van de toekomst

Wüstung’ is een natuurlijk een predikaat dat pas achteraf, vaak veel later dan een en ander plaatsvond, aan een bepaald verschijnsel is toegekend is op grond van veelal indirecte bronnen, vaak in de vorm van vaak fragmentarische schriftelijke en/of archeologische relicten. Waarschijnlijk is zal de gebeurtenis door degenen die er de gevolgen van ondergingen als weinig glorieus ervaren zijn. De smadelijkheid van het te elfder opgeven staat immers zelden met hoofdletters in de annalen opgetekend. Vaak zal er sprake geweest zijn van een door de nood der veranderende omstandigheden onvermijdelijk geworden ontwikkeling. Voor de Wüstungen die in deze eeuw nog moeten komen is het echter zaak met al onze groeiende kennis en inzichten de ontwikkelingen waar mogelijk voor te zijn door tijdig doodlopende paden te verlaten en nieuwe wegen in te slaan, ook als daar heel wat voor moet worden opgeofferd. Voorrang geven aan de lange termijn perspectieven en de korte termijn van de economische en politieke conjunctuur daaraan ondergeschikt te maken wordt het devies. Maar er is meer dan dat nodig, meer en bovendien fundamenteel anders: ook het hardnekkige bijgeloof dat de mens via de nieuwste duurzaamheidsrituelen de wereld en de natuur toch weer stiekem volledig in zijn broekzak denkt te krijgen moet in dat verband meedogenloos op de helling. Tja, en dat vereist natuurlijk wel de broodnodige distantie ten opzichte van de mechanisering van het wereldbeeld die sinds de late 18e eeuw in het denken opgeld heeft gedaan. Maar of de hogepriesters van het klassiek-moderne hegonomisme over de natuur daarvoor veel voelen is zeer de vraag. Er zijn hier dus nog heel wat bakens te verzetten, niet alleen materieel maar vooral mentaal.

Projecten in uitvoering en voorbereiding

Het thema van de Wüstungen van de 21e eeuw speelt  een rol in praktisch in al mijn onder handen en in voorbereiding zijnde projecten voor komend jaar. Om te beginnen in vorm van een of meerdere artikelen, mogelijk naar aanleiding van de laatste twee boeken van Philipp Blom [5], bijvoorbeeld in de serie essays die ik schrijf en heb geschreven voor De Gids en De Nederlandse Boekengids. In de eerste helft van 2018 richt ik mij vooral op het project Moerasdraak bespeelt waterwolf. Plaats van handeling: Den Bosch, Fort Sint Andries en Beerse Overlaat. Over de relevantie van het watererfgoed van rivierstad en -land voor hedendaagse klimaatopgaven. Een toekomstgericht  interdisciplinair ontwerpend onderzoek  in de geest van Krayenhoff en Lodewijk Napoleon, Deltacommissie  en Ruimte voor de Rivier ruimschoots voorbij.  In samenwerking met ondermeer de landschapsarchitecten Arjan Nienhuis, Bart Bomas.  Met hetzelfde tweetal pleeg ik de nodige voorbereidingen voor de opstart van nog een ander project:  De ballade van roerend en onroerend goed in de Zuidwestelijke delta. Dat behelst een verkennend interdisciplinair onderzoek naar de relatie tussen klimaatverandering, demografische krimp en toeristische verblijfsaccommodatie mede naar aanleiding van het initiatief ‘Bescherm de kust’ van Natuurmonumenten waarbij naast het gebruikelijke overwegend defensieve beleidsinstrumentarium aan de hand van voorbeeldlocaties nieuwe strategieën voor behoud en kwaliteitsverbetering van natuur, cultuur en leefbaarheid kunnen worden ontwikkeld. Inclusief een te ontwikkelen strategie om tegenwicht te bieden aan de dreigende door de vastgoedsector aangedreven tendens tot verdere verstening van de kust.

Noten

[1] Zie o.m.: Wilhelm Abel, Die Wüstungen des ausgehendes Mittelalters  Stuttgart [Fischer] 1955(2) en voor de Nederlandse verhoudingen: Johannes (Hans) Renes, Wüstungsprozesse in den Niederlanden zwischen 1000 und 1800  In: Klaus Fehn e.a.. Siedlungsdsforschung – Archäologie, Geschichte, Geographie Band 12 Bonn [ Verlag für Siedlungsforschung] 1994, blz. 201-233. In tegenstelling tot Abels sterk agrarisch gerichte benadering onderscheidt Renes  drie oorzaken voor het ontstaan van Wüstungen, van het structurele analyseniveau afdalend naar het evenementiële: het natuurlijk milieu (in Nederland sterk watergebonden in de vorm van bodemdaling, ontwatering en dijkenbouw), veranderende sociaal-economische verhoudingen en ten derde toevallige oorzaken als plundering en oorlog. Binnen de praktijk van onderzoek naar Wüstungen heeft de aandacht op het ‘tussenniveau’ van de veranderende sociaal-economische verhoudingen altijd te eenzijdig gelegen op het economische gelegen; de sociale kant hebben de  Wüstungs-historici  in Renes’visie te zeer genegeerd. Laat die kant nu mijns inziens juist van essentieel belang zijn voor het beoordelen van de kansen en mogelijkheden voor een ruimtelijke ‘Wüstungs-strategie’ voor de 21e eeuw.

Zie: https://www.kulturlandschaft.org/publikationen/siedlungsforschung/sf12-1994.pdf

[2] Zie o.m.: The 3-degree  world: the cities that will be drowned  by gobal warming  In:  The Guardian 3 november 2017. Zie: https://www.theguardian.com/cities/ng-interactive/2017/nov/03/three-degree-world-cities-drowned-global-warming  In Europa staat Den Haag [i.c. Randstad  Holland] op nummer 1 op de top tien van de door overstroming bedreigde steden  met maarliefst zo’n 2,5 miljoen mensen die op termijn hun woonstee zouden moeten verlaten.

[3] Zie Enzensbergers in het omineuze jaar 1989 gepubliceerde essay Die Helden des Rückzugs – Broullion zu einer politischen Moral der Macht  In: Zickzack – Aufsätze  Frankfurt/ M  [Suhrkamp] 1997, blz. 55

[4] Benno Schirrmeister, Bye, bye, Bremerhaven  In: Tageszeitung 28 december 2016. Zie http://www.taz.de/Archiv-Suche/!5369465&s=&SuchRahmen=Print/

[5] Zie: Philipp Blom,  De opstand van de natuur – Een geschiedenis van de kleine IJstijd (1570-1700) en het ontstaan van het moderne Europa Amsterdam/ Antwerpen [De Bezige Bij] 2017 en van dezelfde auteur:  Wat er op het spel staat   Amsterdam [De Bezige Bij] 2017

 

 ===nieuw op de site: ===================================================

>onder de knop  EURandstad:

  • PU  Spiegelbeeld van Randstad, maar dan beter – Operatie Noorder-Randstad  In: ROMagazine  (Amersfoort 10 oktober 2016 [samen met Jan Dirk Dorrepaal])

Nieuws/ Herfst 2017

Eén, twee,vele Forten Oranje!

“De langste stad strekt zich uit langs de Noordzeekust. […] Een stad die niet als zodanig ervaren wordt, maar wel degelijk bestaat. […] Een ‘sluikstad’, die bewust aan het oog onttrokken wordt. Schaamgroen verhult dit landschap [van recreatiewoningen en stacaravans], de slagboom weert bezoekers af. Een landschap waarover besmuikt wordt gedaan, dat eigenlijk niet mag bestaan maar toch bestaat. […] Ontkend door planologen die zich schamen voor hun planoleugens. […]  Onze langste stad heeft een heel belangrijke rol vervuld in de eerste 20 à 25 jaar na de oorlog als reserve-woningvoorraad in tijden van woningnood en snelle economische ontwikkeling. […] Buiten het seizoen konden er mensen terecht die blij waren met elk huis, al was het nog zo klein en eenvoudig. Ook toen in de loop van de jaren zestig de welvaart in brede kringen doordrong, bleef onze langste stad haar rol vervullen als onmisbare schaduwstad, als onderdak voor tijdelijke en/of ‘illegale’ werkkrachten: in de bollen, in de kassen, in de bouw, in de Hoogovens en in de Rotterdamse haven, net als vóór die tijd. Als onderdak voor mensen die door scheiding of andere plotselinge wendingen van het levenslot acuut een toevluchtsoord nodig hebben.”

Uit:  Steven van Schuppen en Vladimir Mars, De langste stad Van Het Zwin tot De Slufter Reis langs het verblijfstoeristisch erfgoed van de Nederlandse kust  Den Haag 2005, blz. 4-11

Toen ik dit schreef, nu ruim 12 jaar geleden, moest de kredietcrisis van 2008 nog beginnen. Die crisis  heeft veel mensen over de rand geduwd waarbij zij hun toevlucht in de recreatie-schaduwstad moesten zoeken om onder de radar van schuldeisers, justitie, fiscus en uitkeringsinstanties te blijven. Een stad die zich niet alleen uitstrekt langs de kust maar ook in meer landinwaarts gelegen bosrijke gebieden als het Brabants Plateau en de Veluwe. Velen verblijven nog steeds in die schaduwstad en zullen daar ook voorlopig nog wel blijven, ook al heet de crisis nu voorbij te zijn. Hun lot kwam de laatste maanden volop aan het licht bij de ontruiming van Recreatieoord Fort Oranje in Rijsbergen in de gemeente Zundert in westelijk Noord Brabant. Die hele operatie laat een buitengewoon wrange smaak na. In De langste stad  pleitten we  voor ”nieuwe eigentijdse vormen en gedachten waarin met name de terreinen aan de onderkant van de markt en de sociale ladder nieuw leven ingeblazen kan worden.  Want  die terreinen worden bedreigd – overal langs de kust is de druk groot om deze onderkant te vervangen door luxueuzere vormen van accommodatie voor het oude en het nieuwe geld.”  Dus: stadsvernieuwing is hier op zijn plaats, maar zónder de fouten die bij de ‘echte’ stadsvernieuwing  werden gemaakt. Zonder een hardnekkige armoedeval met als eindresultaat. En helemaal zonder operaties met mobiele eenheid a.u.b.!  Om in de strijdbare geest van Che Guevara te blijven: Eén, twee, vele Forten Oranje – dat is het parool!

De Langste Stad langs de kust is de laatste jaren ook via andere kanalen in de publieke aandacht gekomen.  En wel via het initiatief Bescherm de kust  dat zo’n twee jaar geleden van start kwam vanuit terechte zorgen om het feit dat de Nederlandse kust steeds verder dichtgebouwd  dreigt te worden.  De actie kwam en komt uit de hoek van diverse natuurbeschermingsorganisaties onder leiding van Natuurmonumenten en heeft  inmiddels onder regie van het Rijk met enige moeite geleid tot een waar  ‘Kustpact’ tussen diverse overheden, toeristisch-recreatieve brancheorganisaties en de natuurbeweging.  De verstening dreigt het sterkst aan de kusten van de Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta – een goede reden om die hoek van de kust aan een nader kritisch onderzoek te onderwerpen.  Natuurmonumenten, provinciale landschappen en Stichting Duinbehoud kwamen in dit verband met hun de kustvisie Naar het behoud en een betere bescherming van de gouden rand van de Zuidwestelijke Delta [1] (2015). Daarin wordt een forse overcapaciteit aan recreatief vastgoed geconstateerd, inclusief de daaruit voortvloeiende leegstand, vooral in het lagere marktsegment. Bepleit wordt  in dit verband renovatie en herstructurering van ‘verouderde’ vakantieparken alvorens tot nieuwbouw over te gaan. Grote vraag daarbij is dan wel hoe de belangen voor de sociale onderkant van De  Langste Stad gewaarborgd kan worden. Dat zou zowel voor de belangen van mensen die er niet met vakantie zijn maar de woningen als laatste toevlucht gebruiken moeten gelden als  voor recreanten en  toeristen met een smalle beurs – te smal om interessant te zijn voor uitbaters van vakantie-accommodatie op zoek naar lucratievere investeringen. Die vraag verzuimen  de natuurbeschermers in hun rapport te stellen en daarmee spreiden zij een kwalijke blinde blek op sociaal vlak ten toon.

Aansluitend op deze problematiek houd ik me de komende tijd in de eerste plaats bezig met het project  De ballade van roerend en onroerend goedVerpozen en verblijven in de Zuidwestelijke Delta. Vooral het sociale aspect ervan zal in deze overcommerciële tijden heel moeilijk over het voetlicht te brengen zijn. De tijden waarin gesproken werd van sociaal toerisme liggen immers al zeer ver achter ons – inmiddels niet meer dan een vage herinnering uit de wederopbouwperiode. Ik houd u lezers op de hoogte!

Over de invloed van de klimaatverandering op ver-/ontstedelijking gaat het in voorbereiding zijnde project Den Bosch – de lotgevallen van een Moerasdraak [i.s.m. landschapsarchitect Arjan Nienhuis]. Daarbij staat de vraag centraal hoe de omgang met het water in het verleden kan inspireren voor de toekomst met waterregelknop Fort Sint Andries, Beerse Maas en Binnendieze als strategische bouwstenen in de geest van Krayenhoff  en Lodewijk Napoleon, Deltacommissie en Ruimte-voor-de-Natuur ruimschoots voorbij.

In de serie essays over sociaal-economische en politieke ontwikkelingen in diverse delen van Europa, zoals Duitse delingen (over de groeiende economische en geografische ongelijkheid en politieke en sociaal-culturele scheiding der geesten, gepubliceerd in nr  5/2016 van De Nederlandse Boekengids) ben ik nu bezig met een essay onder de [werk]titel serie Europa vs. een antisociale EU, mede naar aanleiding  van   ‘politieke [deel]mémoires’ van radicaal linkse voormannen als Yannis Varoufakis (Adults in the room. My  Battle with Europe’s Deep Establishment) en Jean Luc Mélenchon (Le choix de l’insoumission).

Noten

[1]  http://beschermdekust.nl/wp-content/uploads/2017/03/Kustanalyse-2015.pdf

Nieuws/ Zomer 2017

Europese eensgezindheid

is Berlijn en Den Haag

wel een financiële mis waard

maar het ontbreken van een sociale economie en van democratische transparantie blijven

onvermijdelijke twistappels

Hoe zou het tegen deze achtergrond dan toch nog mogelijk kunnen worden Europa democratisch en sociaal te maken? Door de zaak bij de kern aan te vatten door met voorrang de Eurozone allereerst economisch consistenter en tegelijk politiek democratischer en socialer te laten worden. Maar hoe dan in concreto? Door om te beginnen die Eurozone mét ECB en al onder directe democratische controle van een eigen parlement en een eigen regering te brengen – een idee dat al geruime tijd wordt  bepleit door de befaamde  Franse ‘gelijkheids-econoom’ Thomas Piketty. Of Duitsland en andere succesvolle aangrenzende export-economieën als bijvoorbeeld de Benelux daar ooit aan zouden willen meewerken? Als de Trumpiaanse protectionisme-tsunami echt gaat losbarsten en de mondiale concurrentie verder verhevigt zouden zij misschien wel eens eieren voor hun geld moeten gaan kiezen, daarbij noodgedwongen het armere Zuid Europese deel van de Eurozone mee in de vaart der volkeren opstotend. Zou zo van de nood dan toch nog een deugd gemaakt kunnen worden?  

Bovenstaand de laatste alinea van mijn vorige [lente]nieuwsbrief: als reactie op de vulgair economische en anti-ecologische agressie van een Trump zou een economisch zo succesvol Noord Europa zich wel eens gedwongen kunnen zien de nodige economische en sociale concessies te doen aan het armere zuiden van de EU, en dan om te beginnen binnen het verband van de monetaire unie. Om de lomperik aan gene zijde van de Grote Plas met succes het hoofd te kunnen bieden is Europese eengezindheid een eerste vereiste. Die eensgezindheid zal Duitsland en diens ordoliberale schoothondjes als het steenrijke Holland per saldo waarschijnlijk wel een financiële mis waard zijn, zij het dat zelfs de eventuele eurobonds-hostie met onveranderd hardnekkige en nauw verholen tegenzin genuttigd zal worden.

Het lijkt inmiddels allemaal beduidend sneller die richting op te gaan dan ik eind februari toen ik bovenstaande passage schreef had kunnen vermoeden. Maar al ruim vóór de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen werden toch al wel de eerste  tekenen zichtbaar. Het succes van de figuur van Macron speelt daarin een hoofdrol. In maart discussieerde hij in Berlijn met Jürgen Habermas,  Duitslands grote filosoof van de tweede helft van de 20e eeuw  en de laatste mohicaan uit de kritisch traditie van de  zogeheten Frankfurter Schule [1].  De oude leermeester waarschuwde nogmaals voor de groeiende sociaaleconomische kloof tussen noord en zuid die als een tikkende tijdbom het continent bedreigt. Om dat te vookomen moeten Duitsland en Frankrijk samen de kar uit het moeras trekken. Als het Europese project mislukt dan ligt de schuld bij Duitsland, aldus Habermas. Macron hoorde de grijze maar nog immer kritische denker eerbiedig aan en verklaarde zich vervolgens van zijn kant bereid tot ingrijpende ‘hervormingen’ van de EU.

Na Macrons overwinning en het steeds grimmiger optreden van de hooligan uit de States lijkt de wil tot hervorming bij zowel de Frans-Duitse as als ‘Brussel’ in een stroomversnelling gekomen te zijn. Onder druk lijkt veel vloeibaar te kunnen worden, zoals een iets soepeler hanteren van de EU-begrotingsregels voor de armere lidstaten en beschikbaar stellen van meer noordelijk investeringsgeld voor het achtergebleven zuiden. Maar in ruil daarvan wil Schäuble natuurlijk dan wel verdere hervormingen van de arbeidsmarkt in Europa, niet in de laatste plaats in Frankrijk. Macron is voor die operatie zijn ideale bondgenoot. Die is immers ook zelf maar al te graag bereid om te ‘hervormen’, allereerst in de vorm van een verdere uitholling van het arbeidsrecht, uitmondend in een steeds schrijnender precarisering van de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden en een daarmee gepaard gaande verdere groei van de sociale ongelijkheid. Wat Noord-Europese duitjes in ruil voor een nog verdere neoliberalisering van de Europese economie, dat is de deal dus. En het moet dan nog maar blijken of het echt zal komen van een werkelijk effectieve democratische controle over het verder te stroomlijnen financiële reilen en zeilen van de Euro-zone, het economische motorblok van het continent. Een Europese minister van financiën zonder de nodige democratische transparantie en sturing kan juist onderdeel van het probleem worden.

Toch is de situatie voor ‘links’ Europa verre van hopeloos, in tegendeel. Onder druk van de spectaculair verschuivende mondiale geo-economische en -politieke verhoudingen kunnen er zich op het interne Europese speelveld juist tal van interessante nieuwe kansen voordoen. Daar moet goed op in te spelen zijn, mits men zich daarbij maar steeds verre houdt van nationalistisch getoonzet links populisme. Dat zou het paard achter de wagen spannen zijn.

Noten

[1] Zie: Peter Unfried, Emmanuel Macron in Berlin:  “Wir müssen die EU reformieren”   In Tageszeitung  17-3-2017

 

======Nieuw op de site: ======================================================

>onder de knop EURandstad:

  • PU  België: Europa’s gemankeerd laboratorium  In: De Nederlandse Boekengids  2/ 2017  Amsterdam april 2017

Nieuws/ Lente 2017

(om te beginnen Europees)
Internationalisme versus globalisering

Een eigen parlement voor de Euro-zone?

 Tegenover het klassiek linkse frame van sociaal-economisch solidair en tegelijk cultureel vrijzinnig-vooruitstrevend weten rechts en in het centrum gesitueerde politieke stromingen met groeiend succes een heel ander frame te ontwikkelen: het frame van de tegenstelling tussen de hoeders van economisch en identitair nationalisme enerzijds en de beschermers van economische en culturele globalisering anderzijds [1]. Brexit en recentelijk de komst van Trump hebben dat frame aanzienlijk versterkt en verbreed; rechts-populisten enerzijds en rechts-centristen anderzijds spinnen er goed garen bij. Dat ‘links’ nu met de mond vol tanden zit wordt al te makkelijk geweten aan ‘de crisis’ die onderlinge solidariteit in economisch moeilijke tijden nu eenmaal altijd ondergraaft. Maar die crisis waarvan we het ergste eindelijk gehad lijken te hebben was en is geen gewone crisis.  Op de achtergrond is iets veel structurelers en fundamentelers gaande, zowel sociaal-economisch als cultureel en mentaal.

Laat ik me hier eerst richten op de economische kant van de medaille. De laatste decennia is het karakter van het arbeidsproces veranderd: van de strak  gemechaniseerde Fordistisch- Tayloranistische  productielijnen uit het tijdperk van de klassieke industrialisatie naar flexibeler productieprocessen onder invloed van de nieuwe kennis- en informatietechnologie. Door de individualisering van de arbeid die deze processen met  zich meebrengen ontstaat enerzijds de illusie van grotere vrijheid maar anderzijds een sterk toegenomen besef van economische kwetsbaarheid, zeker tijdens crises zoals na de ‘kredietcrisis’ van 2008. Dat heeft tot gevolg dat het voor de ‘factor arbeid’ steeds moeilijker wordt verzet te leveren tegen slechter wordende arbeidsomstandigheden. Een ander leidt tot een verzwakking van de vakbeweging en aanverwante vormen van werknemersverzet. Maar niet alleen de economische tak van de arbeidersbeweging leidt een kwijnend bestaan, het geldt in nog sterkere mate voor de politieke tak van die beweging in al zijn uiteenlopende organisatie- en partijvormen. De ‘globalisering’ word in dit verband alom vaak als de ‘hoofdschuldige’ aangewezen. Terecht? Een nadere ontleding van de werking van die vaak zo gesmade globalisering  wijst inderdaad onvermijdelijk in een dergelijke richting. Al bij eerste waarneming doemt ‘globalisering’ eigenlijk onmiddellijk op als een soort  tweekoppig monster. Allereerst in de gedaante van een marktmechanisme dat werkelijk wereldwijd opereert en tot voor kort  – vóór de recente intrede van het Trump-protectionisme – zijn werkgebied met succes steeds verder wist uit te breiden en te intensiveren. Die wereldwijde globalisering heeft de afgelopen decennia geleid heeft wereldwijd een dubbele beweging teweeg gebracht. Enerzijds leidde deze tot een opmerkelijke groei van de zogeheten opkomende landen, naar tegelijk  tot de neergang van de economische positie van het westen, dat laatste met name tot uitdrukking komend in de verdere teloorgang van kwetsbare industriegebieden in VS en Europa.  Als tweede gedaante verscheen de globalisering op Europees schaalniveau zeer uitdrukkelijk in de vorm van de EU. Deze Europese Unie is op zijn beurt in minstens twee richtingen werkzaam: naar buiten toe, waar tot op heden op het wereldtoneel het vrijhandels-adagium in de Brusselse burelen nog volop overeind staat (met de nodige nadelige effecten op de economie van de zwakkere EU-lidstaten) en naar binnen toe waar de rat race op de gemeenschappelijke markt nog eens extra nadelig uitpakt voor de zwakkere lidstaten. En dan spelen er bovendien binnen de monetaire Eurozone ook nog tal van verraderlijke mechanismen op uiteenlopende gebieden die de al in werking zijnde groeiende sociale ongelijkheden nog eens extra aanjagen. Zo beknot bijvoorbeeld het geldende straffe begrotingsregime dat de Eurozone de lidstaten oplegt hen in hun democratische beslisbevoegdheid over de eigen  begroting, hetgeen vooral ten koste gaat  van de nodige sociale  beleidsruimte ten behoeve van de zwakkeren in de samenleving in arme én rijke lidstaten.

Er lijkt zich hier een lastig dilemma af te tekenen. Enerzijds is het onmiskenbaar dat de huidige strak volgens  ordoliberale beginselen bestierde EU en Eurozone de sociale ongelijkheid tussen landen en sociale klassen verhevigen en de democratie in het werelddeel ondermijnen, zowel van Europa in zijn geheel als van de afzonderlijke lidstaten. Maar anderzijds kan een loslaten van EU en Euro tot nog veel ernstiger misstanden en gevaren leiden. Zonder al die vaak inmiddels onmisbaar geworden grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden dreigen de afzonderlijke lidstaten speelbal  te worden van de immer wispelturige economische krachten op wereldschaal.  Elk afzonderlijk leggen de hedendaagse Europese landen, in de vorige eeuw al praktisch al hun koloniën kwijt geraakt, namelijk steeds minder gewicht in de weegschaal van de hedendaagse wereldeconomie. Daar komt nog bij dat in het economische hart van het werelddeel staatsgrenzen meer en meer hun economische ratio verliezen. Dat geldt  dan met name voor de goeddeels binnen de Eurozone gelegen geo-economische ‘motor’ van het continent in de gedaante van een aaneengesloten verstedelijkt gebied dat we zouden kunnen  typeren als ‘EURandstad[2]  – een soort randstad op Europees schaalniveau die Duitsland, Oostenrijk, Benelux, Noord Frankrijk  met Parijs, het oosten van het land met Straatsburg en Lyon en de stedenlandschappen van Noord en Midden Italië, Tsjechië en Zuidwest Polen omvat.  Hier zijn om economische redenen juist een veel nauwere interstatelijke samenwerking en een verder slechten van grensbelemmeringen geboden.

Hoe zou het tegen deze achtergrond dan toch nog mogelijk kunnen worden Europa democratisch en sociaal te maken? Door de zaak bij de kern aan te vatten door met voorrang de Eurozone allereerst economisch consistenter en tegelijk politiek democratischer en socialer te laten worden. Maar hoe dan in concreto? Door om te beginnen die Eurozone mét ECB en al onder directe democratische controle van een eigen parlement en een eigen regering te brengen – een idee dat al geruime tijd wordt  bepleit door de befaamde  Franse ‘gelijkheids-econoom’ Thomas Piketty [3]. Of Duitsland en andere succesvolle aangrenzende export-economieën als bijvoorbeeld de Benelux daar ooit aan zouden willen meewerken? Als de Trumpiaanse protectionisme-tsunami echt gaat losbarsten en de mondiale concurrentie verder verhevigt zouden zij misschien wel eens eieren voor hun geld moeten gaan kiezen, daarbij noodgedwongen het armere Zuid Europese deel van de Eurozone mee in de vaart der volkeren opstotend. Zou zo van de nood dan toch nog een deugd gemaakt kunnen worden?

 Over het culturele en mentale tekort van ‘links’ een volgende keer.

 Noten

[1] Zie de afrondende conclusie in: Jordy Cummings, Justin Trudeau, l’envers d’un icône In: Le Monde diplomatique februari 2017, blz. 11

[2] Zie hierover op deze website [ www.stevenvanschuppen.nl ]  onder de knop Dubbelkrimp en op de site www.dubbelkrimp.nl onder de knop Archief

[3] Niet al te lang geleden nog in : Thomas Piketty, Un vrai gouvernement pour la zone euro en Vive le populisme! In : LeMonde  14 resp. 16 januari 2016/ resp. blz.  3 [katern: Idées/ Rénover la gauche]  en blz. 25

======Nieuw op de site: ==================================================

>onder de knop Dubbelkrimp:

  • PU Waaierstad wint – Lage Landen vormen succesvol stedelijk weefsel In: De Ingenieur januari 2017 [samen met Jan Dirk Dorrepaal]

>onder de knop Geschiedenis van de toekomst:

  • PU  Verdreven voor de Atlantikwall  – Ontruiming en afbraak van de Nederlandse kuststreek 1942 –  1945   Zwolle [W-Books]  maart 2017  [samen met Geert-Jan Mellink en Peter Saal]

Nieuws/ Winter 2016/2017

Het vergeten en miskende oosten

In de vorige nieuwsbrief [herfst 2016] besloot ik met het vermelden van het initiatief om de Keulse oriëntalist van Iraanse komaf Navid Kermani [1] naar voren te schuiven als kandidaat voor het ambt van  Duitse Bundespräsident.  Zover is het niet gekomen. Inmiddels hebben de partijen van de grote coalitie zich verenigd rondom de SPD-er  Frank-Walter Steinmeier – nu nog minister van buitenlandse zaken –  als nieuwe president. Alom is die keuze afgeschilderd als een zwaktebod. De man wordt hier en daar zelfs afgeschilderd als een veredeld soort super-ambtenaar. Hoe dit ook zij, het is in ieder geval zeer de vraag of het nieuwe staatshoofd in staat is om een bijdrage van betekenis  te leveren aan de opgave het verdeelde land bijeen te houden. Vorige keer ging ik mijn bijdrage Hoezo integratie? Welke integratie?  in op de verhouding tussen de autochtone bevolking en immigranten in Duitsland,  ditmaal staat het thema van de tegenstelling tussen oost en west centraal, zowel op Duits als Europees schaalniveau.

Om met het Duitse schaalniveau te beginnen, de tegenstelling tussen de Bondsrepubliek van vóór 1989  en de Duitse Democratische Repuibliek. Het gebied van de oude DDR blijft binnen de huidige verenigde bondsrepubliek sociaal en economisch sterk achter en zal de achterstand in de toekomst niet snel inhalen. De pijn zit hem hier in het oosten niet alleen in de economische achterstand op zichzelf maar vooral in de manier waarop de DDR daarbij indertijd onverbiddelijk door de BV BRD werd overgenomen, een en ander gepaard gaande met een even botte als sociaal desastreuze industriële afbraak. Na de Wende werden alle kaarten door de toenmalige CDU/FPD-coalitie onverbiddelijk op privatiserering gezet, terwijl een beter afgewogen herstructurering en sanering veel meer mogelijkheden zou hebben geboden om grotere delen van de industrie in aangepaste vorm een doorstart te kunnen geven [2].  Hierdoor is de politieke  en sociale polarisatie vooral in het armere oosten van het land enorm toegenomen: tussen stad en land, tussen hoog en laag opgeleiden, tussen de winnaars en de verliezers van de Wiedervereinigung en de globalisering.  In twee Oost-Duitse deelstaten wordt die polarisering op de voet gevolgd, in Thüringen en Sachsen. Thüringen kende in dit verband al eerder zijn Thüringen-Monitor,  de buurdeelstaat Sachsen heeft sinds dit jaar inmiddels ook zijn Sachsen-Monitor [3].Van de twee deelstaten is de polarisatie in Sachsen verreweg het sterkst – met zijn extreem hoge aantallen van aanslagen op vluchtelingen en met Dresden als thuisbasis van het islamofobe Pegida. Wat vooral opvalt in de Sachsen-Monitor  is de grote tegenstrijdigheden in de opvattingen over maatschappij en politiek: enerzijds zegt een flinke meerderheid van de bevolking  voor democratie en tegen  dictatuur te zijn, anderzijds is de roep om een sterke eenheidspartij  en een sterke man luid. Dergelijke autoritaire opvattingen zijn opmerkelijk sterk vertegenwoordigd inde leeftijdscategorie van 18 tot 29 jaar.

Het is een denkpatroon dat opvallende overeenkomsten vertoont met de stemming in de aangrenzende Visegrad-landen (Polen, Tsjechië, Slowakije en Hongarije), zo merkt een commentator in de Frankfurter Allgemeine op [4].  De overeenkomsten zijn over de hele linie onmiskenbaar.  Laten we met de economie beginnen.  Alle vier  de landen maakten in het interbellum deel uit van het cordon sanitaire, de buffer tegen het rode gevaar van de Sovjet Unie. Na de Tweede Wereldoorlog kwamen zij samen met de DDR in het schuitje van het Warschaupact terecht.  Na de Wende van 1989  werden zij in het kapitalistische diepe gegooid, na de val van de Sovjet Unie ongeremder en onbesuisder dan ooit; de DDR had daarbij het geluk ietsje zachter te vallen in het vangnet de van de in middels verenigde Bondsrepubliek.  Een belangrijk deel van de industrie kwam in westerse handen, die van de Visegrad-landen in handen van Duitsland en Oostenrijk – daarbij gaat het vooral om automobielindustrie,  machinebouw, elektronica en chemie [5].  De sociale ongelijkheid,  werkloosheid en economische kwetsbaarheid  zijn in de 25 jaar na de Wende flink toegenomen ondanks alle juichende verhalen over economische groei ten spijt, het sterkst in Polen met zijn losgeslagen neoliberalisme en het minst in Tsjechië dat al tijdens het interbellum dankzij een machtige sociaaldemocratie sterke egalitaire verhoudingen kende [6].  Het is primair deze sociaal-economische onzekerheid die de politieke en maatschappelijke verhoudingen hier in danig de war schopt en leidt tot kansen voor autoritaire  politieke stromingen die inmiddels in Polen en Hongarije dominant geworden zijn. West Europa beziet deze ontwikkelingen met onbegrip en afwijzing, vergetend dat deze voor een niet onbelangrijk deel het resultaat zijn van een overhaaste en primair economisch gerichte inlijving van de landen van Midden- en Oost-Europa bij de EU na de Wende. De Midden- en Oost-Europeanen zelf op hun beurt voelen zich als sociaal-economisch tweederangs-Europeanen ook vergeten en bovenal miskend door het westen.  Dat zien we zowel in de Visegrad-landen als in belangrijke delen van de voormalige DDR.

Noten

[1] Dit najaar verscheen zojuist het laatste boek van Kermani, Goddelijke kunst Amsterdam [Cossee] 2016.  Een verrassende blik van een moslim op christelijke beeldende kunst.
[2 ]Over de aanpak van de privatiseringen en de (blijvende) gevolgen daarvan zie diverse interviews in: Burga Kalinowski, War das die Wende, die wir wollten? – Gespräche mit Zeitgenossen Berlijn [ Verlag Neues Leben] 2015, en dan met name het interview met Christa Luft, minister economische zaken in de regering Modrow [1889-1990], de [voor]laatste van de DDR.
[3] Zie:   https://www.thueringen.de/mam/th1/tsk/thueringen-monitor_2015/thuringen-monitor_2015.pdf                           en  https://www.staatsregierung.sachsen.de/download/staatsregierung/Ergebnisbericht_Sachsen-Monitor_2016.pdf
[4] Zie:  Stefan Locke,  Der widersprüchliche Sachse – “Sachsen-Monitor” sieht Paralellen zo den Visegrád-Staaten  In:  Frankfurter Allgemeine  Zeitung 23 11 2016
[5] zie hier over m.n.: Julien Lefilleur, Géographie industrielle de l’Europe centrale et orientale Parijs [Ed. Harmattan] 2010
[6] Laila Porras, Inégalités de revenues et pauvreté dans la transformation post-socialiste. Une analyse institutionnelle des cas tchèque, hongrois et russe Parijs [Ed. Harmattan] 2013 en dan met name blz. 61 [tabel met de gini-coëfficienten [die de (inkomens-)(on)gelijkheden aangeven] tussen de verschillende Midden- en Oost-Europese landen tussen 1989 en  2005 en Claire Guélaud met Mirel Bran, L’Europe centrale se porte mieux In : Le Monde, 26 augustus 2014, economiekatern, blz. 6-7

Projecten in voorbereiding en uitvoering

 >Vlucht niet opnieuw naar voren, Rotterdam! Onder deze titel schreef ik met Jan Dirk Dorrepaal  een artikel voor De Volkskrant [zie titellijst onder de knop ‘Dubbelkrimp’]. In het verlengde daarvan zijn nog meer artikelen verschenen  en zullen nog verschijnen met grensoverschrijdende verstedelijkingspatronen in de Lage Landen als centraal thema, zoals  Het water de stad en de natie op het aanslibsel der Franse en Duitse rivieren in De Nederlandse Boekengids nr 2/2016  [ook onder de knop ‘Dubbelkrimp’]  en diverse artikelen over het concept van de ‘Waaierstad’ in ROMagazine en De Ingenieur [zie verderop].

>De ballade van roerend en onroerend goed in de Zuidwestelijke delta Een verkennend interdisciplinair onderzoek naar de relatie tussen klimaatverandering, demografische krimp en toeristische verblijfsaccommodatie mede naar aanleiding van het initiatief ‘Bescherm de kust van Natuurmonumenten i.s.m. landschapsarchitect  Arjan Nienhuis waarbij naast het gebruikelijke overwegend defensieve beleidsinstrumentarium aan de hand van voorbeeldlocaties nieuwe strategieën voor behoud en kwaliteitsverbetering van natuur, cultuur en leefbaarheid kunnen worden ontwikkeld. Inclusief een te ontwikkelen strategie om tegenwicht te bieden aan de dreigende door de vastgoedsector aangedreven tendens tot verdere verstening van de kust.

>Een serie essays over sociaal-economische en politieke ontwikkelingen in diverse delen van Europa, zoals Duitse delingen (over de groeiende economische en geografische ongelijkheid en politieke en sociaal-culturele scheiding der geesten, inmiddels gepubliceerd in nr  5/2016 van De Nederlandse Boekengids). Een soortgelijk essay over België is in voorbereiding.

>Atlantikwall – de Grote Volksverhuizing  Een multimediaal project, uitmondend in het deze winter verschijnende  rijk geïllustreerde boek Verdreven voor de Atlantikwall  – Ontruiming en afbraak van de Nederlandse kuststreek 1942-1945 [i.s.m. Geertjan Mellink en Peter Saal – zie verderop] dat niet de militaire kant van de Duitse bunkers langs de Europese westkust behandelt maar nu eens vooral de collateral damage  die de ontwrichtende aanleg van de Wall  met zich mee bracht voor stad en land, landschap en maatschappij. Daarbij wordt niet alleen ingegaan op de gevolgen tijdens de oorlogsjaren maar ook op de manier waarop een en ander doorwerkte in de wederopbouwjaren: in stedenbouw en samenlevingsopbouw, in  de politieke en sociaalculturele verhoudingen.  Hiermee sluit ik een hele reeks papieren en digitale publicaties over het onderwerp af die begon met de verschijning van het toentertijd baanbrekende boekje De Atlantikwall – Omstreden erfgoed in 2005 (!)

 ===nieuw op de site: =======================================================

>onder de knop Dubbelkrimp:

>onder de knop Geschiedenis van de toekomst:

  • PU  Duitse delingen  In: De Nederlandse Boekengids 5/2016  (Amsterdam oktober 2016)

>onder de knop Verdwalen is een kunst:

 

===verwacht in januari/ februari 2017=========================================

  • PU De grensoverschrijdende Waaierstad van de Lage Landen: Dynamisch, leefbaar en écht klimaatadaptief  In: De Ingenieur  (Den Haag januari 2017 [samen met Jan Dirk Dorrepaal])
  • PU Verdreven voor de Atlantikwall – Ontruiming en afbraak van de Nederlandse kuststreek 1942=1945 [i.s.m. Geert-Jan Mellink en Peter Saal]  (Zwolle [W-Books] februari 2017)