Categorie archief: Kwartaaljournaal

Nieuws/ Zomer 2016

Met de rug naar het continent staan
waarvan je zelf deel uitmaakt

Het is een merkwaardige gewaarwording in deze tijden van een dreigende Brexit. In Nederland wordt er over gesproken en geschreven alsof het eigenlijk al een feit is en het startschot zal vormen voor de verdere desintegratie van ‘Europa’. Niet alleen lijkt de wens hier de vader van de gedachte zijn, het weerspiegelt ook hoezeer Nederland met de rug naar het continent staat waarvan het tegelijkertijd zelf deel van uit maakt. In de laatste plaats economisch, maar dat is een werkelijkheid die het steenrijke Holland het liefst in verste uithoeken van eigen hersenpan wegstopt. Men wil zo ontzettend graag vertrouwd met de grote wereld zijn, spiegelt zich vooral graag aan de Angelsaksische wereld maar is au fond over de hele linie de laatste jaren steeds verder naar binnen gekeerd geraakt. Op dit vlak spant de onbekendheid met het eigen continent wel de kroon, de eigen directe buren niet in de laatste plaats. Met totale bevreemding worden de vakbondsacties in België gade geslagen als men ze al tot zich laat doordringen. Voorzover een en ander in Nederland wel doordringt wordt het als een zinloos achterhoedegevecht afgedaan. Een soortgelijke hautaine bevreemding is bespeurbaar ten opzichte van de grote verzetsbeweging  Nuit Debout tegen het nieuwe arbeidswetvoorstel in Frankrijk – daar heeft het leeuwendeel van de Hollandse media het zelfs gepresteerd het hele verschijnsel lange tijd goeddeels te verzwijgen. Kennelijk heeft – ook links – Nederland zich dermate verzoend met de eigen zeer kwetsbaar geworden arbeidsverhoudingen – nergens op het Europese vasteland is de arbeid zo ‘geprecariseerd’ – dat men geen begrip meer kan opbrengen voor het Belgische en Franse verzet.

Ook ten opzichte van Duitsland blijft er in Nederland een grote onbekendheid en onverschilligheid bestaan. De karikaturale negatieve houding tegenover de grote Oosterbuur is na de Wende verdwenen. De laatste jaren tijd mag het land bij de Hollanders zich zelfs een zekere bescheiden populariteit verheugen, bijvoorbeeld tot uiting komend in het overnemen van hip bedoelde Duitse leenwoordjes en zinswendingen [1]. Maar de belangstelling blijft uitermate oppervlakkig; van een groeiende belangstelling voor de Duitse taal is bijvoorbeeld geen enkele sprake. Dat is helaas eveneens het geval waar het gaat om de interesse voor de Duitse sociale en politieke verhoudingen. Maar mét alle Hollandse onwetendheid is ook de laaglandse arrogantie gebleven. Had men in de jaren tachtig snel een afwijzend oordeel klaar over het ‘foute’ Duitsland, in recente jaren deden velen in Nederland vaak meewarig over de politieke overcorrectheid van de oosterburen waar het gaat om discriminatie en etniciteit. Nu de tegenstellingen het laatste jaar ook in Duitsland verscherpen lijkt er een lichte verwarring op het Hollandse front op te treden. Sommigen debiteren nog steeds met bravoure dat Duitsland met het afleggen van zijn politieke correctheid eindelijk volwassen is geworden. Bij anderen begint die twijfel te knagen, zeker gezien de opkomst van Pegida en de radicalisering van de partij Alternative für Deutschland. Recent onderzoek [2] geeft aan dat op het hele Duitse front de polarisatie razendsnel een met onrustbarende scherpe kantjes en kanten toeneemt, politiek en sociaaleconomisch: tussen oost  en west, arm en rijk, grootstedelijk en provinciaal.

Daarover gaat een van de essays waaraan ik de komende maanden schrijf. Daarnaast blijft mijn aandacht gericht op landschappelijke en ruimtelijke onderwerpen – zie de lijst van afgelopen kwartaal nieuw verschenen publicaties hieronder. In het verlengde daarvan bereid ik de komende maanden nieuwe projecten voor over de stad op de grens van ‘nat’ en ‘droog’, de relatie tussen water, Energiewende  en ver/ontstedelijking in Rotterdam / Den Haag en de kritische verhouding tussen recreatie, landschap en natuur langs de Zeeuwse kusten. Ik houd u/ jullie op de hoogte.

——————-

Noten

[1] Zie hierover bijvoorbeeld de ARD-correspondent in Nederland Tilman Bünz in: Von den Moffen zu Lieblingen in de Frankfurter Allgemeine Zeitung van 15 juni 2016

[2] In studies als bijvoorbeeld:

=Marcel Fratschner, Verteilungskampf  – Warum Deutschland immer ungleicher wird München [Hanser] 2016

=Oliver Decker e.a, Die enthemmte Mitte – Autoritäre und rechtsextreme Einstellung in Deutschland Leipzig [Psychosozial-Verlag/ Univ. Leipzig] 2016

======nieuw op deze site ==================================================

>onder de knop  Dubbelkrimp:

  • PU Het water de stad en de natie op het aanslibsel der Franse en Duitse rivieren (Amsterdam/ Antwerpen [De Nederlandse Boekengids 2016/2] april 2016)
  • PU  Vlucht niet opnieuw naar voren, Rotterdam (Amsterdam [De Volkskrant 19 mei 2016] mei 2016)  [samen met Jan Dirk Dorrepaal]

Tegen het cynisme

Nieuws/  Voorjaar-Zomer 2015

 “Zou de [gemeenschappelijke] golflengte  [tussen diverse  levensbeschouwingen] gevonden kunnen worden in de gedeelde onzekerheid over de vraag hoe de mens zich staande moet houden  in de verwarrende en snel veranderende wereld? En is in het verlengde hiervan  dan niet onmiddellijk de vraag aan de orde in hoeverre de ingrijpende mentale verandering die de Nederlandse samenleving de laatste kwart eeuw heeft doorgemaakt  mede debet is aan de ontstane verhoudingen. Daarbij doel ik niet alleen of zelfs maar in de eerste plaats  op de secularisering  (die was al veel eerder begonnen), maar vooral op het neoliberalisme dat zich sinds de scherpe crisis van de vroege tachtig breed heeft gemaakt in nagenoeg alle bereiken des levens en de legitimatie vormt voor een angstaanjagende kilheid des gemoeds. Lange tijd was deze kilheid verpakt in een vrolijk seculier jasje van postmodern quasi wereldwijs cynisme. Intussen lijkt het religieuze in een come back bezig, niet in de laatste plaats in kringen die zich niet zo veel eerder nog vol overgave in de zekerheden van het ongeloof wentelden. De godsdienst wordt daar vaak gezien als instrument tot versteviging van de bestaande economische en maatschappelijke   orde. Een en ander gaat gepaard met het bekende hard moralistische repertoire waarvan de negentiende-eeuwse bourgeoisie ook al zo gaarne bediende, niet zelden gelardeerd  met een pervers misbruik van de erfzondeleer.” [blz. 124]

Hobbes‘  idee van wat ons beweegt  [dat we als mens gedreven worden door twee elementen:  streven naar ‘macht en nog meer macht’ en eigenbelang] is niet minder (en niet minder) speculatief dan dat  van [de veel genuanceerdere en plausibeler] Rousseau omdat er zoveel opvattingen op gebaseerd zijn. Voor dat feit in de laat-twintigste eeuwse literatuur zijn vast meerdere verklaringen te vinden, maar een daarvan is bijzonder ingrijpend:  Hobbes’ opvatting van de menselijke natuur maakt deel uit van een troosteloze traditie waarin we ons kennelijk thuis voelen. Verrassend genoeg houden veel overtuigde atheïsten vast aan een van de meest problematische elementen van het christendom: het dogma van de erfzonde. […] Het dogma  […] legt de schuld dan misschien bij ons, maar  het biedt ook troost, want het vormt   een verklaring voor al het kwaad dat we meemaken. Onze neiging om steeds het allerergste te geloven over de menselijke natuur is zeker zo sterk op overtuigingen als op feiten gebaseerd. Daarnaast wordt ze bevestigd door een veel minder nobele factor, die beschreven wordt door de econoom Robert Frank:  ‘De verbeten onderzoeker is voor niets zo benauwd een bepaalde handeling als altruïstisch te hebben omschreven waarvan een slimme collega later aantoonde dat het volledig uit eigenbelang gebeurde. Die angst verklaart waarom zoveel gedragswetenschappers zoveel tijd besteden aan het opsporen van zelfzuchtige  motieven voor ogenschijnlijke daden van zelfopoffering’ “[blz. 34-35]

Het eerste citaat  komt uit mijn  Onland en geestgrond. het mentale landschap in de ruimtelijke orde van de Lage Landen  Amsterdam 2007 [SUN], blz, 124] – dus een jaar vóór de ‘kredietcrisis’ van 2008. Het tweede citaat is van de Amerikaanse filosofe Susan Neiman [uit: Afgezien van de feiten  Amsterdam [Boom / Stichting Internationale Spinozaprijs] 2014, blz, 34-35] . Beide citaten gaan in op het groeiende hedendaagse egoïsme en cynisme refereren daarbij aan het dogma van de erfzonde.  De kracht van Neimans citaat is dat zij aangeeft dat juist bij veel hedendaagse overtuigde atheïsten de cynische versie van het dogma van de erfzonde in een seculier jasje de speerpunt geworden is van hun denken en hun maatschappelijk en politiek handelen. Quasi wereldwijs inderdaad in al zijn bekrompenheid en ethische laakbaarheid.  Dit cynisme vormt het grootste gevaar voor de beschaving  en het behoud van de menselijkheid in de samenleving.  De wortel s van het kwaad liggen zowel in het inmiddels sinds de kredietcrisis steeds vaker gesmade neoliberalisme van de laatste decennia als in de veel oudere conservatieve en mensvijandige denktraditie waarvan Hobbes de meest geprononceerde vertegenwoordiger is.

De grote vraag luidt in dit verband of de situatie nu echt zo hopeloos is als hij vaak wordt voorgesteld.  Misschien is  die pessimistische en defaitistische oorstelling  van zaken wel vooral een euvel van mijn eigen late babyboom-generatie (waarover ik het ondermeer in de vorige column op deze site ook over had). Die generatie  werd politiek groot in wat ik eerder noemde de tijd van ‘de voortdurende wereldwijde dreiging van communistische revoluties tijdens de ‘korte twintigste eeuw’ . Zonder die ‘negatieve’ dreigende kracht waren de Europese sociaaldemocraten er nooit in geslaagd politieke en sociale concessies af te dwingen en te behouden [Democratie. gelijkheid en markt in: De Gids 2013/7] . Mijn generatie verzette zich tegen rabiaat anticommunisme maar zat tegelijkertijd danig in zijn maag met de stalinistische verwording van het communisme.  Na de Val van de Muur in 1989 was menigeen niet alleen van zijn transcendentale maar ook van zijn seculiere geloof gevallen. Het is een generatie die in dit opzicht tamelijk gebroken uit de strijd gekomen is. Intussen werkt het anticommunisme van weleer nog steeds op een zeer kwalijke manier door in de hedendaagse verhoudingen. Laten we Susan Neiman in dit verband nogmaals aan het woord:   ‘Maar de informatie over  de socialistische regimes die na 1989 vrijkwam lijkt volgens zo velen elke anticommunistische preek te rechtvaardigen. Anticommunisme  houdt  Angela Merkel aan de macht, hoewel het aantal stemmen dat is uitgebracht op linksgeoriënteerde partijen voldoende zou zijn om haar uit het zadel te wippen.  De anticommunistische hysterie maakt dat de  enige partij die werkelijk socialistisch kan worden genoemd   bij voorbaat wordt uitgesloten van een coalitie. Onthullingen over de wreedheid van Sovjetregimes zijn niet alleen muziek in de rechtse oren, maar ook een balsem voor de ziel van veel anderen – om redenen die even ondoorgrondelijk als ondoorgrond zijn. Als pappa of opa in het leger van Hitler vocht om de Joden op te ruimen,  is hem dat moeilijk te vergeven, maar hij zijn vaderland verdedigde tegen het bolsjewistisch gevaar, dan is dat ineens een heel andere kwestie. […] [Er ligt ook] een conceptuele taak als we ooit een degelijk alternatief willen vinden voor het neoliberalisme – dat niet enkel het economische beleid vormt, maar zich manifesteert als een wereldvisie die haar logica van de markt inmiddels heeft uitgebreid tot elke institutie en praktijk. […] Op populair, internationaal niveau, zijn de enigen die een levensvatbare vorm van verzet bieden aan het neoliberalisme de verschillende fundamentalistische groepen. Het kan toch geen toeval zijn dat de opkomst van het fundamentalisme juist nu plaatsvindt, in een tijd waarin het socialisme in het gunstigste geval wordt als een anachronisme  en het neoliberalisme als de enige rationele keuze die ons rest.’  [uit: Afgezien van de feiten  Amsterdam [Boom / Stichting Internationale Spinozaprijs] 2014, blz, 60-62]

Er ligt hier inderdaad een taak, ook ja juist voor de babyboomgeneratie,  om de emancipatorische opgaven van weleer te vertalen naar de verhoudingen  van de 21e eeuw en door te geven aan onze kinderen. Die kinderen, niet direct belast met de zwarte kanten van de erfenis van de 20e eeuw, staan overigens al klaar en sommigen laten zich al van zich spreken, het cynisme resoluut van zich afwerpend:  neem het optreden van de kersverse fractievoorzitter van GroenLinks in zijn pleidooi voor rechtvaardigheid , duurzaamheid en de strijd tegen het ‘ economisme’.

 =te verwachten nieuw op deze site====================================================

Ik ben momenteel vooral met twee projecten bezig waarvan de (tussen)resultaten deze herfst op deze site te zien zullen zijn. Het eerste project betreft een tussenreportage  van Atlantikwall – de grote volksverhuizing :over de gevolgen van de aanleg van de Atlantikwall (evacuaties, sloop, inundaties)  voor landschap en samenleving tijdens de oorlog en de wederopbouwperiode. Het tweede project vindt plaats in het kader van de interdisciplinaire initiatiefgroep het Haagse Huijgensberaad dat de relevantie van de geostrategische blik voor ruimtelijke ontwikkelingen op de agenda wil zetten.  In dat verband richt ik me in de eerste plaats op de ruimtelijke relevantie van interstedelijke configuraties voor het Europa van de 21e eeuw.

Belabberde erflaters

Nieuws / Winter 2015

Een monument van kritische journalistiek

Belabberde erflaters

Erflaters van onze beschaving van Jan en Annie Romein, een bekende titel in het populair historische genre, even vóór de oorlog geschreven als aanvulling op het eerder verschenen De lage landen bij de zee. De Nederlandse geschiedenis aan de hand levensportretten van dragers van onze beschaving waarop wij kunnen voortbouwen als Geert Groote, Erasmus, Van Oldenbarneveldt, Hugo de Groot, Derk van de Capellen, Thorbecke, Domela Nieuwenhuis, Berlage, Gorter. Wie zouden de erflaters uit onze eigen generatie zijn, vraag ik me de laatste tijd steeds vaker af. Hebben ‘wij’ van de naoorlogse generatie zelf wel mensen die een plaats verdienen in het eerbiedwaardige rijtje van Jan en Annie? Of vormen wij eigenlijk niet meer dan een club uiterst belabberde erflaters? Met die steeds in het achterhoofd rondspokende vraag kreeg ik begin januari een artikel onder ogen van publicist en socioloog Herman Vuijsje: We zadelen ons nageslacht op met een generatievloek. [NRC, 3/1 Opinie & debat] Aan onze kinderen en kindskinderen laten we de schillen dozen van ons potverteren. Het aardgas is over en op en de broeikasgassen blijven nog generaties lang hangen. Onze kindskinderen zullen ons vervloeken als verwende goden die de toekomst van de mensheid achteloos hebben genegeerd.

Verantwoordelijkheidsbesef jegens de kindskinderen vereist een bereidheid op de langere termijn te denken én tegelijk daar in het hier en nu de nodige consequenties uit te willen trekken. Ik zelf houd mij vooral bezig met de geschiedenis en de toekomst van het landschap en de ruimtelijke ordening. Wat op dit vlak vooral opvalt dat men met de mond wel de zorg voor de lange termijn belijdt maar meestal alleen dan als het geen ‘pijn’ doet. ‘Geenspijt-opties’ vormen in dit verband favoriete vluchtroutes. De te vermijden pijn betreft meestal de economie, en dan vooral de economie van vandaag en gisteren – de economie van de tegenwoordig o zo populaire ‘topsectoren’. En laten die topsectoren en de daarmee verbonden gevestigde economische lobbies nu juist vaak de hardnekkigste barrières vormen op weg naar de duurzame economie van de toekomst.

Onze Lage Landen bij de zee verdienen een echt onafhankelijke visie op de ruimtelijke ontwikkeling op de lange termijn. Laten we in het voetspoor van Vuijsje eens proberen in meerdere generaties te gaan denken en daarnaar te gaan handelen, in eeuwen, om te beginnen bij onze eigen 21e eeuw. De NederAnders-Atlasi.o. [zie onder] wil daarvoor een even nuttig als inspirerend instrument zijn.

==nieuw op de site ===========================================================

>onder de knop Dubbelkrimp:

Schaduwlandschappen

Nieuws/ Herfst 2014

Een monument van kritische journalistiek

Schaduwlandschappen

Onlangs verscheen De schaduwelite voor en na de crisis. Niets geleerd , niets vergeten van Ewald Engelen, hoogleraar financiële geografie aan de Universiteit van Amsterdam [UvA]. Hij schetst daarin het opereren van een elite uit de Nederlandse financiële wereld die beschikt over even nauwe als succesvolle banden met bepaalde invloedrijke delen van de Nederlandse politiek. Niet alleen stelt Engelen deze elite verantwoordelijk voor de economische crisis van 2008, maar ook voor het feit dat we sinds die tijd er maar niet in slagen om weer uit de crisis te komen. Deze elite zorgde er door even krachtig en handig lobbywerk voor dat de Nederlandse financiële sector uitgroeide tot een waterhoofd van ongekende proporties, met alle faliekante gevolgen van dien als kantorenleegstand en een woningvoorraad die financieel op grote schaal onder water staat. Een elite die er tot op heden helaas er nog steeds in lijkt te slagen haar positie te handhaven en zelfs tot overmaat van ramp haar desastreuze megalomane en groeiverslaafde praktijken te hervatten. Op wat de gevolgen daarvan op ruimtelijk en landschappelijk vlak zijn en in de toekomst nog verder kunnen worden gaat Engelen her en der in, zij het beknopt. In dit artikel nemen we de ‘schaduwlandschappen’ van het heden en de toekomst onder de loep. Met ‘schaduwlandschappen’ bedoelen we die gebieden en landschappelijke zones waar de schaduwelite zijn noodlottige spoor heeft getrokken of dat in de toekomst dreigt te gaan doen. Je zou in het licht van Engelens boekje drie soortenschaduwlandschappen kunnen onderscheiden.

1>Het schaduwlandschap van het leegstaande kantorenvastgoed
Engelen fulmineert in dit verband [1] o.m. op blz . 206] met name en terecht tegen de Zuidas-politiek van de Amsterdamse stadsbestuurderen, waaronder die van de vorige GroenLinks[!]-wethouder en tot door Engelen tot de schaduwelite gerekende Maarten van Poelgeest om de investeringen in deze financiële ‘toplocatie’ maar inmiddels tot internationaal belastingontwijkingsparadijs verworden plek gewoon maar te laten doorgaan. De kantoren hier zullen heus wel volkomen, maar de leegstand elders in de Amsterdamse regio zal des te harder toeslaan. Een dergelijk ‘waterbedeffect’ treedt ook elders in de Randstad waar gigantische nieuwe kantorenlocaties ontwikkeld worden, in Rotterdam bijvoorbeeld. Het schaduwlandschap van de leegstaande kantoren is so wie so het sterkst vertegenwoordigd in de Randstad en is overigens niet uitsluitend of zelfs maar in de eerste plaats het product van de crisis van 2008. Zo was de leegstand in Amsterdam in 2005 beduidend hoger dan nu, zie een artikel over vastgoedbubbels van Engelens hoogleraar-collega planologie aan de UvA Leonie Janssen-Jansen [2]. De oorzaken voor de leegstand kent drie componenten. Naast de histerische marktwerking in de vastgoedsector [a] bestaan die oorzaken ook uit [b] een demografische prognosefout door ondoordacht door-extrapoleren van de migratiegroeitrend die in de jaren negentig leek te zijn ingezet en ( c ) de eenzijdige focus op de Randstad in het economische en ruimtelijke beleid [3].

2>Het schaduwlandschap van de financieel onder water staande woningvoorraad
Een van de favoriete strategieën van door Engelen aangeklaagde schaduwelite bestaat er uit de eigen verantwoordelijkheid glashard te ontkennen in combinatie met een onmiddellijke vlucht naar voren. Zo ongeveer in deze trant luidt de apologie van de elite, hier in Engelens parafrasering: ‘En Nederland heeft geen huizenzeepbel, maar onvoldoende nieuwbouw om aan de groeiende vraag tegemoet te kunnen komen.[4]. Dat die groeiende vraag binnen vijftien jaar in zijn tegendeel zal omslaan onderstreepte het Planbureau voor de Leefomgeving [PBL] in een recent verschenen rapport waartegen de lobby van bouwers en projectontwikkelaars schuimbekkend te hoop liep [5]. Een kwestie van elementaire demografie: als de babyboomgeneratiehuishoudens beginnen uit te sterven, ontstaat er alras een enorm overschot aan huizen met een bijbehorende keldering van de huizenprijzen van dien. Denk bij dit schaduwlandschap niet alleen of zelfs maar in de eerste plaats aan de geijkte krimpgebieden in de periferie va Nederland als Groningen, Limburg en Zeeuws Vlaanderen maar ook en vooral aan de zogeheten new towns in en om de Randstad, de groeikernen van weleer. Domweg ongelukkig en berooid in Almere, Zoetermeer, Capelle… [6].

[3]Het schaduwlandschap van de ruimtelijke claims
En dan bestaat er natuurlijk ook nog een veel minder tastbare, tamelijk cryptische vorm van schaduwlandschap, dat van de ruimtelijke claims – van de plannen die door de crisis niet doorgingen maar waar toch achter de schermen aan doorgewerkt wordt. Niet alleen op de tekentafel van projectontwikkelaars en megalome bestuurders. Hun natte dromen, terug te vinden op de De Nieuwe Kaart van Nederland www.nieuwekaart.nl, werden ingehaald door de crisis, maar kunnen altijd weer uit de kast gehaald worden – de schaduwelite zal dan zeker niet te beroerd zijn als machtige lobbygroep op te treden. In de tussentijd wordt er op de achtergrond een spel gespeeld om strategische grondposities en een spel in het onderwijl frustreren en afbreken van ruimtelijke overheidsrestricties op (bouw)projecten. Dat spel speelt vooral in (nog) landelijke gebieden in en om de Randstad waar de economische elite nog steeds goeddeels zijn zinnen op gezet heeft, al lijkt dat allengs enigszins zuidwaarts te verschuiven. Deze categorie schaduwlandschap valt buiten het bestek van Engelens primair financieel gerichte boekje, maar verdient vanwege zijn schimmige karakter en zijn grote betekenis voor de toekomst van stad en land juist extra kritische waakzaamheid.

De Nieuwste Kaart van Nederland

Om de schaduwlandschappen in de toekomst te kunnen vrijwaren voor de megalomanie en de kortzichtige hebzucht van economische en politieke elites moet eerst in kaart gebracht wordt welke mechanismen hier werkzaam zijn. Mechanismen op drie fronten: [a] op het hydrografische front [om voor te sorteren op de krimp van het droog te houden in bepaalde delen van Nederland met het oog op de klimaatsverandering], [b] op het demografische front [om te anticiperen op de demografische krimp] en [c]op het economische front [om tegenwicht te bieden aan de machinaties van Engelens schaduwelite] [7].

Noten
[1] Ewald Engelen, De schaduwelite voor en na de crisis. Niets geleerd , niets vergeten Amsterdam [AUP] 2014, o.m. blz. 206
[2] Leonie Janssen-Jansen en George Lloyd, Property booms and bubbles A demolition strategy – towards a tabula rasa? in: Journal of surveying, construction and property University of Malaya 2012
[3] zie o.m.; Steven van Schuppen en Arjan Nienhuis, Krimp? Welke krimp? Driedubbele krimp! Korte geschiedenis van een paradigmashift Gastcollege Rotterdamse Academie van Bouwkunst, 2013 – zie voor de tekst op deze website onder de knop Dubbelkrimp
[4] Ewald Engelen etc, o.m. blz . 23
[5] Frank van Dam e.a., Nieuwe uitdagingen op de woningmarkt. Balans voor de leefomgeving 2014 deel 2 Den Haag [PBL] september 2014, o.m. blz. 6
[6] meer hierover in; Steven van Schuppen en Jan Dirk Dorrepaal, Groeikernen van weleer in de krimp? in: www.dubbelkrimp.nl / Archief [zomer 2014]
[7] meer hierover in: Steven van Schuppen en Jan Dirk Dorrepaal, De Nieuwste Kaart van Nederland zie het artikel op deze site, hieronder, onder ‘nieuw op deze site’

==nieuw op de site ===========================================================

>onder de knop Dubbelkrimp:

>onder de knop Verdwalen is een kunst:

Een monument van kritische journalistiek

Nieuws/ Zomer 2014

Een monument van kritische journalistiek

In ons lentebericht berichtten wij over de Duitse journalist en essayist Frank Schirrmacher, één van de hoofdredacteuren van de Frankfurter Allgemeine Zeitung [FAZ], en diens vorig jaar verschenen Ego – Das Spiel des Lebens [München 2013]. Daarin betoogde hij dat de wortels van het antidemocratische karakter van het hedendaagse neoliberalisme direct teruggaan op de Koude Oorlog. De wis– en natuurkundigen die in de Koude Oorlog carrière maakten met de theorie van het afschrikkingsevenwicht die op hun beurt gebaseerd waren op speltheoretische inzichten vonden na de Val van de Muur emplooi in de financiële sector met de toepassing van de speltheorie op de hedendaagse digitale financiële handel met zijn periodieke flash cracks. Hiermee dringen de neoliberale ideologie en praktijk door tot in de kleinste haarvaten van de maatschappij van de macro–economie via de micro–economie in de politiek en nog dieper. De Koude Oorlog is teruggekeerd in de vorm van een digitale, soms nauwelijks beheersbare oorlog waarbij de samenleving de oorlog aan zichzelf verklaard heeft en die nog slechts de schijn van rationaliteit ophoudt. Het is in deze cyberwereld waar de (financiële) handelsstrijd gestreden wordt door computers die op hun beurt weer andere computers aansturen maar zeer de vraag of plechtig geformuleerde constituties en ingenieus geconstrueerde wetten hier enig democratisch tegenwicht van belang kunnen bieden.

Op 12 juni j.l. overleed Schirrmacher op 54–jarige leeftijd. Plotseling , in het heetst van de journalistieke en intellectuele strijd. Beslist geen onomstreden figuur in de Duitse en internationale media (in Nederland is hij gek genoeg nauwelijks bekend – dat zegt beslist meer over Nederland dan over Schirrmacher). Als primair literair–filosofisch opgeleid academicus nam hij in de jaren tachtig de cheffunctie van de literaire afdeling de FAZ over van de Duitse literatuurpaus Marcel Reich–Ranicki . Schirrmacher ontwikkelde zich in de daaropvolgende decennia tot een soort intellectuele omnivoor die er niet voor terugschrok tal van andere maatschappelijk relevante disciplines af te grazen, van demografie tot en met geschiedenis en filosofie van de techniek. Daarvoor oogstte hij zeker niet alleen lof. Hem werd ook verweten zich in zijn boeken en artikelen schuldig te maken aan dramatische overexposure. Dergelijke kritiek kwam niet zelden van vakacademici die zich in hun intellectuele territorium bedreigd voelden door een even weetgulzige als brutale buitenstaander die als geen ander wist hoe de media te bespelen. Zo kon in bepaalde kringen een beeld ontstaan van een louter op effect beluste als intellectueel vermomde persmuskiet. Wie de thema’s die hij aansnijdt en de invalshoeken die hij daarbij kiest echter serieus op hun maatschappelijke en inhoudelijke betekenis beoordeelt komt veeleer uit op een beeld van een even avontuurlijk als diepgravend vorser en denker die zich nooit tevreden stelt met makkelijke vragen en antwoorden. In zijn presentatie bedient hij zich bij voorkeur van het genre van het drama en opereert daarbij als een dramaturg die greep wil krijgen op het treurspel van de maatschappelijke ontwikkelingen – niet om de noodlottige wending ervan te bevestigen maar juist in zijn tegendeel te doen verkeren. Zo roept hij in zijn vorige bestseller Das Methusalem Komplott uit 2005 (waarin de gevolgen van demografische krimp en vergrijzing schetst) de hedendaagse en toekomstige grijze golf op het heft in eigen hand te nemen. Demografische krimp was overigens toen al geruime tijd een belangrijk thema bij onze oosterburen – dit in tegenstelling tot Nederland waar het besef daaromtrent lang achterwege bleef. Een soortgelijke oproep aan de huidige (en komende) ouderen (van de babyboomgeneratie) om rol te (blijven) spelen in het hedendaagse maatschappelijke debat deed ik op deze site [zie Nieuwsarchief : Nieuws/Zomer 2013: De politieke agorafobie van een protestgeneratie]. Over (de ruimtelijke effecten van) demografische krimp is ook het nodige te vinden opwww.dubbelkrimp.nl waaraan ik sinds de oprichting meewerk. De teneur in de bijdragen op die site is overigens primair gericht op de kansen die demografische krimp kan bieden, mits de gevolgen het verschijnsel tijdig onderkend worden. Een cultuurpessimistische ondertoon ontbreekt nagenoeg – een verwijt in die richting trof Schirrmacher maar al te vaak.

Het verscheiden van Frank Schirrmacher brengt ons op de vraag of Nederland journalisten van een vergelijkbaar kritisch en intellectueel gewicht kent. De Nederlandse journalistiek, ook in de zogeheten ‘kwaliteitsmedia’, steekt in dit opzicht wel zeer mager af bij de Duitse. Misschien zijn de goede, degelijke en nieuwsgierige journalisten er wel in Nederland, maar zijn ze allang naar de katakomben van de journalistiek verbannen en mogen ze daar alleen uit als hun specialisme plotseling weer actueel wordt (zoals in het geval van voormalig Ruslandcorrespondent Hubert Smeets die op de Oekraïne werd los gelaten). Er bestaan inmiddels wel her en der nieuwe initiatieven tot serieuze kritische onderzoeksjournalistiek , zoals de projecten van de onderzoeksredactie o.l.v. Marcel Metze bij De Groene Amsterdammer – vooral vaak empirisch sterk ontwikkeld, maar zonder echt bijster veel intellectuele en filosofische diepgang. En als er pogingen in die richting ondernomen worden, dan is moralisme zelden ver weg. Zou het de Hollander, koopman of dominee, ooit lukken echt een intellectueel te worden?