Alle berichten van casper

Nieuws/ Herfst 2022

Over de stille armoede en het vrome venijn van een uitvergroot werelddorp

“Den Haag je schopt er tegen en het scheurt”

Ode aan Den Haag

Vioolkisten vol aardappels , zo zingen
de Hagenaars hun eigen heimwee uit
Met vers gebak van gisteren als buit
staan dames in konijne-nerts te dringen.

Wie zee wil zien hoeft  niet naar Scheveningen:
het Panorama  geeft je hom of kuit.
Bij Mesdag stoort geen hedendaags geluid
de broosheid van voorbijgegane dingen.

Den Haag, je schopt ertegen en het scheurt
Met houten hammen en papieren pannen
Komt nergens iets in kruiken en in kannen.  
Dus als het desondanks nog ooit gebeurt
Dat ik dit stadsbestuur om een faveur zeur,
Schuif dan je stadhuis dan maar onder mijn deur deur.

Kees Stip. Mag ik uw muze even lenen? [1989] blz. 149

De van oorsprong Veenendaalse  puntdichter  slaat hier op zijn minst twee [1] vliegen in één klap. Niet alleen dat uit zijn krachten gegroeide Veenendaal-achter-de-duinen wordt hier op de hak genomen, maar ook de vooroordelen over de neppretenties waar de Hofstad zelf stiekem een beetje trots op lijkt te zijn moeten er aan geloven. De verhalen over de Hagenaar met zijn schrale ethos van fatsoenlijke armoede en  zijn stand ophouden voor de buren passeren onvermijdelijk de revue , maar de kern van het dichterlijk venijn schuilt natuurlijk in de spot over het beschamende onvermogen van de vroede Haagse vaderen  om hun inmiddels totaal overgedimensioneerde  dorp een beetje fatsoenlijk te besturen. Het gedicht  stamt uit 1989, niet alleen  het Jaar van de Val van de Berlijnse Muur, maar ook het jaar waarin de onenigheid  over de plannen voor de bouw van een nieuw stadhuis – het huidige zogeheten ’IJspaleis’ in de volksmond – op zijn kookpunt gekomen was maar de knopen in die plannen nog niet waren doorgehakt.

Hoe relevant is dit gedicht  in de herfst van 2022, vier en dertig jaar later? We zijn nu  aan de vooravond  van een winter die gezien  de  onzekerheid over de gasprijzen tamelijk koud zou kunnen uitpakken, niet in de eerste plaats metereologisch gezien maar vooral financieel. Niet alleen de onderkant van de Hagenaars kunnen dan sociaal over de rand vallen, hetzelfde kan gebeuren met de middenklasse.  Dat is andere koek dan wat geruzie over een raadhuisontwerp indertijd. En het hedendaagse stadsbestuur? Dat is zich  de  ernst van de situatie ter dege bewust.  Wethouder Martijn Balster [PvdA] sloeg alarm [2]. Werkloosheid dreigt voor arbeidsmigranten  die in de Westlandse  kassen werken maar wonen in Den Haag. De kassenboeren willen hen ontslaan , nog vóór de winter – dit om duur gas uit te kunnen sparen. De arbeiders zijn dan niet alleen hun baan kwijt, maar raken ook dakloos, want hun koppelbazen zetten hen zonder  pardon het huis uit. Een deel zal dan teruggaan naar hun moederland, een deel gaat zwerven in en om Den Haag, net zoals zo’n twee jaar geleden tijdens  de Corona-pandemie [3].  Balster vraagt ter leniging van de nood  heel terecht dringend financiële  steun bij dat andere Den Haag, het Den Haag van Het Torentje op het Binnenhof.  Maar het blijft bij het Haagse dorpsbestuur wel steeds bij beleefd vragen. Het tekent de gespletenheid en de machtsverhoudingen van het dorp achter de duinen , een van de centrale thema’s die ik aankaartte in mijn historische atlas van Den Haag uit 2006 [4] : het dorp dat zich nooit heeft kunnen  bevrijden van de gedienstigheid ten opzichte van de landsregering.  Het werkt door in de mentale  gespletenheid van de gewone Hagenaar: zijn stand op te moeten houden, ook ja juist in het geval dat er eigenlijk niets meer op te houden is. Je treft die gespletenheid aan in alle sociale lagen van de bevolking. Ook binnen alle etnische, levensbeschouwelijke en culturele  minderheden die de stad  rijk is? Dat weet ik niet, dat weet  waarschijnlijk eigenlijk niemand, ben ik bang. De hoogste tijd dus voor  nader mentaliteits-historisch onderzoek , lijkt mij. Nee niet in de vorm van de zoveelste dikke pil, maar door  contact te maken met totaal andersoortig  Hagenaars en Hagenezen dan waaraan je gewend bent  en naar aanleiding daarvan  jezelf steeds opnieuw aan een kritisch zelfonderzoek te onderwerpen. En dan vervolgens door tot daden over te gaan. Daden van solidariteit. Solidaire sabotagedaden, zoals in Zuid Europa tijdens de eurocrisis in het vorige decennium. Zoals  in Griekenland  waarde mensen de energie-afsluitingen weer zelf clandestien aansloten.  Zoals in Spanje waar plotseling opvallend veel vrienden en buren op bezoek kwamen op het moment dat uithuiszettingen dreigden.  Zonder dergelijke daden van solidariteit worden Stips wrange woorden vroeg of laat  bewaarheid: “Den Haag , je schopt er tegen en het  scheurt”.   

Den Haag, 17 september 2022

NOTEN

[1] 

De derde vlieg die Stip hier slaat treft collega-dichter Gerrit Achterberg in diens gedicht ‘Passage’ uit de cyclus Ode aan Den Haag’

]Passage

Den Haag, stad, boordevol Bordewijk
en van Couperus overal een vleug
op Scheveningen aan, de villawijk
die kwijnt en zich Eline Vere heugt.

Maar in de binnenstad staan ze te kijk,
deurwaardershuizen met de harde deugd
van Katadreuffe die zijn doel bereikt.
Ik drink twee werelden, in ene teug.

Den Haag, je tikt er tegen en het zingt.
In de passage krijgt de klank een hoog
weergalmen en omlaag een fluistering
tussen de voeten over het graniet;
rode hartkamer die in elleboog
met drie uitmondingen de stad geniet.

De gewraakte zinsnede is hier natuurlijk : Den Haag, je tikt er tegen en het zingt’. Stip maakt er van:

 Den Haag, je schopt ertegen en het scheurt.’’  Een lekker vileine sneer.

Stip en Achterberg waren Stichtse streekgenoten, maar wel elk van een andere kant van de [Grebbe]berg. Achterberg kwam van oorsprong van vóór  de berg, uit de Langbroekerwetering, anders dan de naam doet vermoeden. Stips  Veenendaal was van oorsprong een veenkolonie van áchter de Grebbeberg. De kolonie, later industriestad, eert heden ten dage zijn dichters, onder meer Stip onder meer met afdrukken van hun gedichten op de straatgevels . Veenendaals  andere dichter is de Grote Volksschrijver Gerard Reve. Hij vertoefde hier slechts een jaar, maar wel een jaar waarin hij heel productief was. Schrijven deed hij bij voorkeur in het zogeheten Schupse Bos -jawel – aan de rand van de stad.   Zie ook:  https://stadsdichterveenendaal.nl/gerard-reve-en-veenendaal/

[2]

Maarten Brakema, Den Haag bereidt zich voor op dreigende werkloosheid arbeidsmigranten  In: Radio West van 8 september 2022   Zie link: https://www.omroepwest.nl/nieuws/4621464/den-haag-bereidt-zich-voor-op-dreigende-werkloosheid-arbeidsmigranten?fbclid=IwAR3fnRjQJ8NVLfjKtoC724d1Q50hRyFWpbqtlwgLOp6U8EOraL00fqE5qgE

[3]

Zie hierover: De Randstad steeds verder klem   In: Dubbelkrimp, Zomer 2021, zie link:  http://www.dubbelkrimp.nl/downloads/zomer-2021/hoofdartikelZomer2021.pdf

[4]

Steven van Schuppen, Historische atlas van Den Haag: van Hofvijver tot Hoftoren Amsterdam [SUN, i.s.m. Haags Historisch Museum], 2006  

Nieuws/ Zomer 2022

Van teen tot top

 Ik voel me  zo langzamerhand  als een lichaam dat met zijn tenen in de klei en het veen van de late 18e en vroege 19e eeuw staat, de tijd van de patriotten en in het directe verlengde daarvan van de  tijd van de Bataafse Republiek. De tijd van  mijn bedbed-overgrootouders.  De Van Schuppens, de Van Dongens, de Datema’s . In die tijd respectievelijk behorend tot de  o zo provinciaalse kleine bourgeoisie  op de grens van Het Sticht en Gelderland  [de Van Schuppens] en op de grens van Holland en Staats/ later Noord Brabant [de Van Dongens] én – lest best –  tot de klasse van aan lager wal geraakte dagloners-landarbeiders  in het Groninger Hogeland [de Gerritsen-Datema’s].

Tegelijkertijd kan ik nog net over de rand van de 21e eeuw kijken  en luisteren. Misschien kan ik me zelfs ook nog enigszins verstaanbaar maken, als de hedendaagse jeugd nog tenminste nog wil luisteren naar  iemand uit die inmiddels zo verfoeide babyboomgeneratie – mensen die  in de zogeheten Wederopbouwjaren tussen 1945 en 1965 geboren werden.

De hedendaagse jong volwassenen zijn onlangs  opgeschrikt door een nieuwe oorlog op eigen continent. Maar ze bereiden zich helaas als gebruikelijk voor op de vorige wereldoorlog,  terwijl de voorvorige  hier minstens zo relevant lijkt.  Als ze  daarover  de grote literatuur zouden willen  raadplegen, zouden ze onvermijdelijk stuiten  op Thomas Manns roman Der Zauberberg.  En dan komen ze even onvermijdelijk de figuur van de Duitse jongeling Hans Castorp tegen die zich vroeg levensmoe had terug getrokken in een sanatorium in Davos. Zodra de Eerste Wereldoorlog  uitbreekt trekt hij ogenblikkelijk fris en vrolijk ten strijde. En dan zwijgt Mann. De  Castorp van vlees en bloed zal zich waarschijnlijk niet lang daarna  in de loopgraven  heimelijk wegdromend hebben terug getrokken  achter Manns novelle Tod in Venedig.
De hedendaagse  Castorp heet Klaver, Sjoerdsma, Jetten. Hij trekt niet zelf ten strijde, maar laat het vuile werk opknappen door het kanonnenvlees in de bufferstaten aan de oostflank van het nu wankelende Heilige Ordoliberale EU-Rijk  der Duitse  Economie en slaat intussen wel krijgshaftige taal uit.

De enige  die zowel 20e als 21e eeuw  moeiteloos overleeft  is de oer- Hollandse,  ongetwijfeld  puissant rijke, Telegraaf-lezende  Mijnheer Peeperkorn die in de staart van De Toverberg opduikt. Bij Mann  lijkt hij het  symbool bij uitstek van onverwoestbaar energieke onbenulligheid. Maar schijn bedriegt ook hier waarschijnlijk.  Peeperkorn zal in de loop der tijd vast wel aan het nodige raffinement gewonnen hebben. Heden ten dage kunnen we hem op zijn weinige arbeidsochtenden aantreffen achter zijn Telegraaf in zijn kantoor aan de Amsterdamse Zuidas. Naar Davos gaat hij alleen nog voor het World Economic Forum, als een korte maar helaas noodzakelijke onderbreking van zijn  langdurige relax-kuur in Thailand.

=====nieuw op de site========================================================

>in de lijst van publicaties,   onder de knop Verdwalen is een kunst:

Nieuws/ Lente 2022

De Hoofdige Boer inventiever dan ooit….

 *

Démasqué en val van het  Heilige Ordoliberale EU-Rijk der Duitse Economie

*

Projecten in uitvoering en voorbereiding Voorjaar/ Zomer 2022

>>De IJssel als nieuw-oude levensader van de natie…? 

De IJssel is een wat in de vergetelheid geraakte zijtak van Vadertje Rijn. Eenmaal aangekomen in de Lage Landen richt de hoofdstroom  van de Rijn zich verder goeddeels westwaarts, waar het water zich in een brede delta vertakkend uiteindelijk uitmondt in de Noordzee. Daarmee zouden we bijna vergeten dat er ook één zijtak in de gedaante van de rivier de IJssel nog immer eigenwijs hardnekkig noordwaarts doorstroomt om uiteindelijk uit te komen in het IJsselmeer – nog geen 90 jaar geleden was dat nog de Zuiderzee, ooit die dromerige, wat veronachtzaamde, maar opvallend ruim bemeten zeebocht van de Noordzee. In de Hoge middeleeuwen vormde  deze IJssel met zijn trotse Hanzesteden een belangrijke commerciële levensader om in de loop van de 15e eeuw  overvleugeld te worden door de West-Friese steden onder aanvoering van het ambitieuze Amsterdam. Heden ten dage, in het inmiddels derde decennium van de 21e eeuw, staat die IJssel zowaar weer in de belangstelling. Het snel veranderende klimaat vormt de aanleiding voor de hernieuwde aandacht. Door een stijgende zeewaterspiegel en een steeds grilliger afvoer van ons rivierwater wordt ons zuidwestelijk deltagebied waterstaatkundig steeds kwetsbaarder. Dat gegeven bracht en brengt diverse onderzoekers op het idee om ook de IJssel in de toekomst weer een belangrijker rol toe te dichten in de waterhuishouding van ons land en niet alleen in de waterhuishouding, maar op een veel breder economisch en maatschappelijk front. Meer aandacht voor deze contreien dus, en die gedachte leeft ook bij het interdisciplinaire IJssel-onderzoeksteam onder leiding van onder meer landschapsarchitect Arjan Nienhuis en landschapshistoricus Steven van Schuppen. Dit project is een vervolg op het project  De Grote Droogte van de IJsselvallei uit 2020 en komt tot stand  i.s.m. RWS, provincies, waterschappen, gemeentes en oude en nieuwe pioniers in de regio.

>>De Hoofdige Boer inventiever dan ooit

De Hoofdige Boer is een projecttitel die hier met de nodige ironie te hanteren is. Is de hoofdige boer niet die koppige aartsconservatieve boer uit het befaamde gedicht van A.C.W. Staring? De boer die liever met zijn laarzen door de voorde blijft waden om aan gene oever van de Berkel ter kerke te kunnen gaan in plaats van gebruik te maken van de nieuwe brug ter plaatse? Moeten we nu echt zo’n weerbarstig ‘rolmodel’ als uitgangspunt nemen voor ons ontwerpend onderzoek naar kansen naar natuurinclusieve landbouw in de IJsselvallei op basis van een veranderd en verdrogend watersysteem waar meerdere landgebruikers schreeuwen om vocht? Juist wél, lijkt ons. Het houdt ons scherp om de verleiding te weerstaan en de ‘Haagse’ tekentafelmodellen en methoden klakkeloos over te nemen. Daar was Staring als dichter, vooruitstrevend landbouwkundige en toegewijd filantroop-landgoedeigenaar in de Achterhoek ook altijd ten zeerste beducht voor. De verwijzing in dit project naar de spreekwoordelijke koppigheid van ‘de boer’ wil hier meer zijn dan alleen een gimmick. Het is juist die karaktereigenschap die mede zo onmisbaar is om in tijden van onafwendbare overgang naar nieuwe productielandschappen creatief terug te grijpen op waardevolle strategieën en attitudes uit het verleden ten aanzien van onze omgang met water, juist ook in tijden van grote droogte alsook soms wateroverlast. Denk daarbij aan het benutten van kwelstromen, het inzetten van vloeiweiden, het aanpassen van teelten op basis van een (nattere) bodem, wisselteelten, voedselbossen. Dat alles niet alleen kleinschalig, maar ook binnen grotere productie-eenheden. Een interdisciplinair ontwerpend onderzoek naar de relatie tussen klimaatverandering en mogelijkheden van klimaat-adaptieve en -mitigerende landbouw in het stroomgebied van de IJssel, als thematisch deelonderzoek van De IJssel als levensader, wordt mede mogelijk gemaakt dankzij het Stimuleringsfonds voor de Creatieve industrie [SCI] en wordt in de loop van 2023 afgerond.

>>Démasqué en val van het Heilige Ordoliberale EU-Rijk der Duitse Economie

 Een drama in vooralsnog twee bedrijven. Het eerste  voltrok zich tijdens  de pandemie toen Duitsland zich gedwongen zag te breken met de vooral op zijn instigatie doorgevoerde Heilige EU-Begrotingsregels onder druk van niet alleen van de zuidelijke Europese landen maar vooral onder invloed  van Bidens neo-Keynesiaanse wind aan gene zijde van de Grote Plas.  Het tweede bedrijf ging van start met het uitbreken van de Oekraïne-oorlog. De hybride manier  waarmee het Duitse bedrijfsleven  met ruggensteun van Uncle Sam zijn economische invloedsfeer steeds weer verder oostwaarts wist uit te breiden is uiteindelijk op een keiharde militaire reactie van het het neo-stalinistische  rijk  der kapitalistische  oligarchen onder Czaar  Putin de Eerste gestuit. De econonomische sancties  tegen Rusland waar Duitsland onder zware Amerikaanse druk zich gedwongen zag om toe  over te gaan  snijden diep in het eigen Teutoonse vlees en hebben er toe geleid  dat het naoorlogse Duitsland van  Adenauer tot en met Merkel nu  voortaan messcherp in het economische gareel  van de Fed en Wall Street moet lopen en zich  al helemaal geen Chinese avontuurtjes meer kan veroorloven. Het roept onvermijdelijk de vraag op welke gevolgen dit zal hebben voor ons werelddeel – niet alleen op het gebied  van geopolitiek en -economie,  maar ook op het vlak van ecologie en ruimtelijke ontwikkeling. Hoe relevant blijven in dit verband eerder door mij / ons [onder meer in het kader van de site dubbelkrimp.nl] ontwikkelde concepten als  ‘Woestenij-Ring’ versus ‘EURandstad’  en  De Europese kust als grenslandschap [zie verderop]?  Een ander nader uit te werkenin een serie essays te publiceren in diverse media, onder meer op eerder genoemde site.

>>‘Woestenij-Ring’ versus ‘EURandstad’

Er is een ‘ Woestenij- Ring’ rond de randen van Europa aan het ontstaan. Door de gestage daling van het kindertal die op heel ons continent doorzet. Een ring van ecologische en sociale woestenij. Door de klimaatverandering die in het zuiden van Europa hitte en droogte brengt, die in het noordwesten de  laaggelegen Noordzeekusten met het wassende water in gevaar brengt en die in het hoge noorden het smelten van de permafrost veroorzaakt.  Én – last but not least – door de onstuitbare werking van de interne markt van een steeds verder uitdijende EU die zorgt voor een ecologische en sociale ontwrichting in de periferie van ons werelddeel. Een interne markt die een migratiebeweging op gang heeft gebracht vanuit de perifere zones naar het economische en urbane kerngebied van het continent, de ‘EURandstad’, gelegen binnen de stedenzevenhoek van Hamburg, Berlijn, Wenen, Milaan, Parijs, Londen en Brussel/ Benelux-Waaierstad. Een megastad die op zijn beurt ondermijnd wordt door ruimtelijke congestie, sterk teruglopende leefbaarheid  en groeiende sociale ongelijkheid. Hoe zowel  Woestenij-Ring als EURandstad weer duurzaam en leefbaar te krijgen en zorg te dragen voor de ecologische en sociale cohesie van ons werelddeel? Dat zijn hier de centrale vragen. Een meerjarenproject over de onderlinge wisselwerking tussen demografie, klimaat en economie. in meerdere essayistische afleveringen via onder meer www.dubbelkrimp.nl  te verschijnen.

>>De bedrieglijke onschuld van Het Beloftevolle Nieuwe

of de rol van ruimtelijke visioenen als ’Nieuwe Natuur’ en ‘De Nieuwe Stad’ in ruimtelijke processen als vormen van  etno-, religie-, socio- of eco-cidiale zuivering. Met uitdrukkelijk oog voor de rol van menige landschappelijke en stedenbouwkundige vernieuwingsoperatie, waarbij ’nieuw’ maar al te vaak als breekijzer voor  segregatie en discriminatie fungeert – soms bewust ingezet als bewust van te voren gestuurd proces, soms  als objectief resultaat van een aanvankelijk vanuit andere invalshoeken geïnitieerde operaties. Een onderzoek naar het schuldige landschap van Nederland en Europa, van Rotterdamwet tot en met Frontex, vooralsnog vooral in de vorm van diverse essays. Nadere thematische uitwerking van  het project  Woestenij-ring  versus ‘EURandstad’.

>>De Europese kust als grenslandschap:  economisch, politiek, militair
Van Continentaal Stelsel en Atlantikwall tot en met Frontex en de  bufferstaten aan de periferie van de EU

of de even omstreden als per saldo weinig fortuinlijke geschiedenis van Fort Europa. Hedendaagse pogingen het Avondland te harnassen tegen mondiale bedreigingen hebben niet in de laatste plaats hun wortels in de relatief recente geschiedenis van de 19e en 20e eeuw. Napoleon  probeerde met zijn Continentaal  Stelsel  vergeefs het perfide Albion economisch op de knieën  te dwingen, Hitler groef zich met zijn militaire wanhoopspoging van de Atlantikwall diep in langs de westelijke kust van het continent. Tegenwoordig proberen de grensbewakers van Frontex vluchteling en arbeidsmigrant buiten houden. En hoe positioneert Europa zichzelf in dit verband binnen het krachtenveld tussen de neergaande Nieuwe Wereld aan de overkant van de Grote Plas en het volop opkomende Middenrijk in het Verre Oosten? Tot op heden weet het huidige Europa daarbij beduidend succesvollere offensieve geopolitieke strategieën te ontwikkelen dan de bouwers van de Europese verdedigingslinies uit de 19e en 20e eeuw. Vooral op geo-economisch vlak ontpopt de EU van de 21e eeuw zich tot een geduchte en uiterst assertieve wereldmacht. Maar militair leunt deze unie dertig jaar na de Koude Oorlog nog steeds even lui als halfhartig op Uncle Sam. Het zou in dit verband pas van echte moed en wijsheid getuigen als het Avondland in de loop van deze eeuw duidelijk afscheid durft te nemen van zijn koloniale verleden door eindelijk eens economisch en ecologisch een open een werkelijk op wederzijdse gelijkheid gebaseerde relatie aan te gaan met de zuidelijke helft van de planeet – met wat vroeger de Derde Wereld heette. Wat zou een in deze zin gewijzigde EU-politiek voor consequenties kunnen hebben op de fysieke, politieke  en mentale rand-landschappen langs de kusten van ons continent? Ook een nadere  thematische uitwerking van  het project  Woestenij-ring  versus ‘EURandstad’.

>>Een serie essays

over sociaal-economische, ecologische en politieke ontwikkelingen. Zoals over Nederlands waterbeleid en duurzame energie- en voedselvoorziening tussen nat en droog, zoet en zilt n.a.v. de casussen IJsselmeer, Ruimte voor de Rivier  en Oosterschelde. Kunnen we n dit verband spreken van de “Wüstungen”  van de 21e eeuw?: Tussen Doggersbank en ‘Drooglijn: naar een heroïek van de terugtocht (in nr. 2/2019 van De Nederlandse Boekengids [dNBg]). Over (Neo)kolonialisme, kapitalisme en de plundering van de natuur (In: Indies Tijdschrift – krities en onafhankelik  nulnummer, Den Haag, oktober 2019). Over de consequenties van de zeespiegelstijging voor de ruimtelijke ordening  van Nederland : Het water komt eerder, verder en hoger (in nr. 5/ 2020 van dNBg)]. Over de verschillende langetermijnscenario’s na de coronacrisis in combinatie met een doorzettende klimaaatververandering en zeewaterspiegelstijging: Post-coronaal Nederland – Science fiction in drie bedrijven (hoofdartikel in het zomerkwartaaljournaal 2020 van www.dubbelkrimp.nl)] Én over de hardnekkige moslimhaat in Nederland: Hoe diep zit de islamofobie – bij …ook, ja juist,links?  (In: Nieuw Wij, Amsterdam januari 2021).

Soortgelijke essays zijn in voorbereiding, over de ruimtelijke ontbinding van Nederland : Een klein land met verre uithoeken, een kleine wereldstad met diepe catacomben. Over de heden ten dage in zwang komende uiterst merkwaardige onkritisch-naïeve romantisering van de sociale en politieke premoderniteit van het  Ancien Régime in ons oude Avondland die in menig  opzicht in werkelijkheid natuurlijk juist het tegendeel van sociaal en egalitair was  : De hedendaagse Europese Nobele Wilde als Fata Morgana van de 21e eeuw.  En over Europa: Hoe kan hetHeilige EURijnlandse Rijk der Duitse Economie ooit aan de kluisters van Bismarck en Uncle Sam ontsnappen? en: Tussen breuklijn en  contactzone oude en nieuwe fricties binnen het Heilige EURijnlandse Rijk der Duitse Economie.

Nieuws/ Zomer 2021

Zelfkritisch verzet

 als vorm van rouw

De Corona-pandemie legt de traumatische breuklijnen in het Europese herinneringslandschap bloot. Zo leek vooral Duitsland aanvankelijk het best in staat zijn littekens te kunnen bewältigen, terwijl Nederland zich ontpopte als het vrekkige keffertje.

Maar Europa bevindt zich niet in een vacuüm. De pandemie had in Amerika nog veel dramatischer en verder gaande gevolgen. De ziekte sloeg er extra hard toe, niet in de laatste plaats onder de sterk achtergestelde en gediscrimineerde zwarte en gekleurde bevolkingsgroepen. En toen eenmaal  de vlam  van het zwarte verzet in de pan sloeg, sloeg die ook vrijwel onmiddellijk over naar Europa. Een Europa dat worstelt met de eigen verdrongen koloniale schuld. In Nederland is de verdringing extra navrant en conflictueus – met aan de ene kant het discriminerende stereotype van Zwarte Piet en de ontkenning van het racistische karakter daarvan aan witte kant van aan de andere kant het al jaren groeiende verzet daar tegen. Nederland deelt die problematische koloniale erfenis met andere [vooral West]Europese landen.”

Dat schreef ik in de aanhef van mijn nieuwsbrief van vorige zomer (2020). Nu we een jaar later terug kijken hebben deze woorden alleen nog maar aan betekenis gewonnen.  In zijn laatste boek Pandemocratie benoemt Willem Schinkel de Black-Lives-Matter-protesten als rouw die mede ontstonden  om de rouw van verloren leven waarin , via  die rouw, een ander leven centraal staat. Een  collectieve  solidaire vorm van rouw – dit in tegenstelling  tot het dominante ook door de regering met graagte gehanteerde vertoog waar in de nadruk ligt op geïndividualiseerde vormen  van rouw  met de ‘eigen verantwoordelijkheid’ als verraderlijk trefwoord [1]. Een interessante  en op het eerste gezicht heel behartigingswaardige zienswijze die echter wel een belangrijke kritische kanttekening behoeft. Het is namelijk zeer de vraag of er hier wel sprake is van een absolute tegenstelling  van elkaar uitsluitende benaderingswijzen of dat de opgave hier juist is beide invalshoeken complementair  aan elkaar te maken, als twee kanten van een zelfde medaille.  Het beroep op eigen verantwoordelijkheid  hoeft op zichzelf niet verwerpelijk te zijn maar is natuurlijk wel alleen  dan geloofwaardig als we kunnen duiden hoe die eigen verantwoordelijkheid  zich verhoudt tot het collectieve -en dan met name vanuit welke opvattingen en –  vaak ook impliciet gehanteerde  – Annahmes dat gebeurt.  Dat Schinkel zich in dit verband zijn pijlen allereerst richt op de in zijn – én mijn eigen – ogen abjecte opvattingen en Annahmes van een geborneerde witte bourgeoisie hoeft ons niet verbazen.  Zijn eigen uitgangspunten staan daar volledig haaks op, samen met Rogier van Reekum eerder onder woorden gebracht in Theorie van de kraal  Kapitaal – Ras – Fascisme.  Centraal in die uitgangspunten staat de radicale liefde  in de zin zoals de apostel Paulus onder woorden bracht . Een liefde  zo radicaal dat hij een breuk vormt met de heersende politieke en maatschappelijke status quo, ‘de wet’ in Paulinische termen [2] . Maar het is tegelijk ook een liefde  die zo veeleisend is dat hij  in zijn ultieme consequenties het vermogen van de mens als sterveling eigenlijk steeds weer  opnieuw te boven dreigt te gaan,  want ‘het vlees’ in Paulinisch taalgebruik is immers zwak [3]. Of we als mensen ooit deze achilleshiel van het menselijk tekort zullen kunnen overwinnen kunnen we slechts hopen en geloven, maar een ding is zeker: zonder  het kritische besef  van dit tekort  zijn al onze liefdespogingen vergeefs. Zonder permanente persoonlijke  zelfkritiek zijn al onze  fraaie liefdesidealen ten dode opgeschreven, is hier de moraal van het verhaal die het verdient uitgedragen te worden. Maar dat moet dan natuurlijk wel  met de nodige liefde en prudentie gebeuren  om te voorkomen dat we  in een even benepen  als harteloos moralisme vervallen . En daarenboven: radicaal-onverbloemde  zelfkritiek kan het broodnodige verzet tegen de inderdaad verfoeilijke   ‘necropolitiek’ [4]  – in de woorden van Schinkel  – van de regering  tijdens de Coronacrisis juist des te overtuigender maken . Dus: op naar een grondig onderzoek naar de dagelijkse praktijk achter de schermen  van die politiek – na het toeslagenschandaal  en het aardgasbevingenschandaal mogelijk het derde grote schandaal van de Lage Landen in onze dagen. Daarbij moeten we er niet voor terugdeinzen  ook resoluut voorbij door de staat gesanctioneerde vormen van verzet als een bijvoorbeeld parlementaire enquete te gaan en zo buitenparlementaire actie op alle drie de fronten tot belangrijke speerpunt van een ecosocialistische  strategie  te durven maken. Maar aan die durf ontbreekt het nu juist al jaren bij mainstream-links.

NOTEN

[1]
Willem Schinkel, Pandemocratie blz. 187  Culemborg [Editie Leesmagazijn] 2021

[2]
Willem van Schinkel en Rogier van Reekum, Theorie van de kraal  Kapitaal – Ras – Fascisme blz. 219 Amsterdam [Boom] 2019

[3]
Zwak is weliswaar het vlees , maar de mens is bij Paulus daarom nog niet van nature  zondig zoals later in het christendom, van Augustinus t/m Calvijn. En dat geeft ons de nodige moed. Zie hierover ook: Herman Westerink, In het voetspoor van Foucaults Geschiedenis van de sexualiteit blz. 112 Nijmegen [Vantilt] 2019

[4]
Over Schinkels visie van  necropolitiek is naast het boek Pandemocratie in verkorte versie het nodige te vinden in diens artikel Het Nederlandse coronabeleid is een vorm van necropolitiek In: NRC/HB van 25 juli 2021, zie link:  https://www.nrc.nl/nieuws/2021/07/25/het-nederlandse-coronabeleid-is-een-vorm-van-necropolitiek-a4052299

====nieuw op de site==================================================

>onder de knop Geschiedenis Toekomst:

>onder de knop Dubbelkrimp:

Nieuws/ Winter 2020-2021

Hoe diep zit de islamofobie

bij -…ook, ja juist, – links ?

”Het is opvallend dat in de appjes […]  die de aanleiding vormden voor de onrust bij Forum van Democratie in alle verslaglegging  wel geduid worden als racistisch en nazistisch, maar dat nergens islamofobie of moslimhaat wordt genoemd. Er werd in de appgroep letterlijk gepleit voor ‘95% blank en 0% procent moslims’ in Nederland. Ofwel, 5% niet-witte mensen willen hier nog wel tolereren, maar moslims sowieso niet. Is islamofobie in ons land zo genormaliseerd dat het zelfs niet meer benoemd wordt? […] Kan De Volkskrant een stevig tegengeluid laten horen?” 

Aldus een ingezonden brief in De Volkskrant van 27 november 2020 van een zekere Neeldert van Laar uit Utrecht. Diens klemmende vraag is in de kolommen van de linkse krant die zichzelf zo graag als ‘anti bubbel’ typeert tot op heden onbeantwoord gebleven en dat gegeven is symptomatisch  voor de manier waarop links Nederland, in ieder geval de main stream daarbinnen, omgaat met deze thematiek. Links in dit verband op te vatten op tweeërlei vlak: niet alleen op cultureel en religieus vlak tussen liberalen en conservatieven zoals in de 19e eeuw gebruikelijk was, maar ook op sociaal-economisch gebied, zoals aan het eind van de 19e en het begin van de 20e eeuw in zwang kwam. In die verbrede definitie vallen sociaal meer traditioneel gerichte liberalen als die van de Liberale Unie van vroeger en de VVD nu af, terwijl in cultureel opzicht meer vooruitstrevende groeperingen als de Vrijzinnig Democratische Bond van vroeger [in 1946 gefuseerd met de PvdA] en D66 tegenwoordig er dan weer wel bij horen. Daarnaast liep er in de loop van de 20e eeuw een deel van de aanhang van de traditionele confessionele partijen eeuw over naar links, meestal op individuele basis over naar links – een proces dat in de roerige jaren 60 in een stroomversnelling raakte. Het grootste deel daarvan kwam uiteindelijk terecht in partijen als PvdA, D66 en GroenLinks. Dit brede main stream links bestaat weliswaar heden ten dage nog wel, maar lijkt sinds de neoliberale revolutie van booming nineties van de vorige eeuw dermate verwaterd en vervaagd dat het zichzelf steeds opnieuw afvraagt of het nog wel politieke relevantie en bestaansrecht bezit. Die twijfel weerspiegelt hoezeer links aan ernstige politieke vergeetachtigheid lijdt. En niet alleen op politiek vlak, maar over een veel breder front, van klassenstrijd tot religieuze twisten en culturele kloven. Vooral in die laatste categorie lijkt de vergeetachtigheid  bijna de ziekelijk chronische vormen van een historische dementie aangenomen te hebben . In dit verband dringt zich onvermijdelijk de vraag op of het hier niet alleen maar om zo maar vergeten gaat maar ook en bovenal om stelselmatig verdringen. De breuk met het verleden in de jaren 60 was in Nederland vergelijking met de omringende landen namelijk zo breed en omvattend dat een en ander veel weg had van een complete aardverschuiving. Een verschuiving over de volle bandbreedte: sociaal-economisch (Nederland liep vóór de sixties economisch flink achter op vooral Duitsland), op het vlak van de sociale emancipatie actie (Nederland was vóór de sixties uitzonderlijk gezagsgetrouw en  gedwee, zeker in vergelijking met België en Frankrijk) en op cultureel en religieus gebied (in de manier waarop in de brave jaren 50 nog nauwgezet in die typisch Nederlandse verzuilde pas gelopen werd).  Een aardverschuiving die persoonlijk als heel ingrijpend ervaren werd. Haal je je in dit verband bijvoorbeeld een imaginaire Hollandse emigrant voor de geest die na zo’n tien of twintig jaar na de sixties in het vaderland was terug gekeerd en die toen maar moeilijk echt iets van het nieuwe leven leek te kunnen begrijpen. Dat onbegrip gold dan met name de achterliggende sociaal-culturele codes. Die codes waren in de verte nog wel geworteld in het verleden, maar inmiddels dusdanig verschoven dat ze niet meer als zodanig herkend werden, en daardoor ook niet goed als zodanig duidelijk gemaakt konden worden aan buitenstaanders en nieuwkomers. Tegelijkertijd dacht en denkt men in het linkse, o zo verlichte Nederland van na de jaren 60 nog steeds zijn eigen culturele en religieuze wortels glorieus overstegen te zijn, maar blijkt men in de praktijk steeds weer even ongemerkt en onwetend als gemakzuchtig terug te vallen op sociale codes en bijbehorende mentaal-culturele attitudes uit een eigen metafysisch gekleurd, nog vaak maar heel recent afgezworen verleden [1]. Vervreemding ten is hier het trefwoord bij uitstek, een vervreemding ten opzichte van het eigen mentale landschap,  een vervreemding die de vereiste zelfanalyse bij  ‘autochtone’ Nederlanders lange tijd danig in de weg zaten vaak helaas nog steeds zit. Pas het afgelopen decennium begint bij hen het besef van die vervreemding eindelijk door te dringen, stukje bij beetje en met horten en stoten. En dat besef kon alleen op gang komen dankzij de inzet van confrontatie met emigrantengemeenschappen die zich vanuit hun eigen culturele, familiale en religieuze achtergrond niet langer meer lieten en laten wegdrukken door de alomtegenwoordig dominante witte assimilatie-obsessie. Wat begon met de zwarte verzetsbewegingen van het inmiddels legendarische Kick Out Zwarte Piet en overlopend in Black Lives Matter waaiert nu steeds verder uit en heeft er nu toe geleid dat ook de islamitische gemeenschap zich beduidend assertiever opstelt en daarbij islamofobie nadrukkelijker dan ooit op de politieke agenda zet. En dat laatste tot grote schrik van main stream wit links….

=Een kleine geschiedenis van kerk, staat en islamofobie in en om de Lage Landen

Sopraan: “Und vor des Türken

und des Papst grausamen Mord

und Lästerungen, Wüten und Toben

väterlich behüten;”

Allen:”Erhör uns, lieber Herre Gott!

[S:”En [wil ons]voor de gruwelijke moord

van de Turk en de paus, voor hun godslasteringen

hun geraas en getier, vaderlijk behoeden”

A:”Verhoor ons, lieve God!”] [2]

De klaagzang die hier klinkt is afkomstig van de grote Duitse hervormer van het christendom Maarten Luther uit de periode in de eerste helft van de 16e eeuw, toen Midden Europa bedreigd werd door de oprukkende legers. Nu kon  niet langer volstaan worden met de bestrijding van de paus als ‘innerlijke turk’ – een soort theologische vijfde kolonne dus – ,  maar nu moest het christelijke avondland wel degelijk direct en actief verdedigd worden tegen de islamitische vijand. Daarbij lag in zijn betoog de nadruk wel op het verdedigingsaspect – bij een al te offensieve krijgspolitiek zou hij immers te zeer in strijd komen met zijn leer van de twee koninkrijken waarin hij voor de kerk geen rol weggelegd is om zelf oorlog te voeren. Van een nieuwe kruistocht kon dus al helemaal geen sprake zijn. Een kleine twee eeuwen later viel de componist Bach in een cantate terug op de tekst [zie boven] van deze Lutherse litanie als onderdeel van een reeds bestaande tekst die al eerder door zijn muzikale vakbroeder Telemann was gebruikt. Van enige serieuze bedreiging van Turkse zijde was toen overigens al geruime tijd geen sprake meer. In 1683 was het laatste Turkse beleg voor Wenen glorieus afgeslagen. Dat beleg was een grootscheepse onderneming  geweest, indertijd financieel mede mogelijk gemaakt door crediteuren uit het even calvinistische als door kapitaalaccumulatie geobsedeerde Holland voor wie juist de spreuk “Liever Turks dan Paaps” op het lijf geschreven was. Pikant detail is in dit verband dat de video-opname van de uitvoering van Bachs cantate waarnaar ik een noot 2 verwijs in de herfst van vorig jaar [2019] plaats vond in de Grote Kerk van Maassluis of all places – de geboortekerk van de grote neo-calvinist Abraham Kuyper [diens vader was hier predikant], in de late 19e eeuw de grondvester van de Anti-Revolutionaire Partij. Deze Kuyper was allesbehalve een stereotype islam- laat staan papenhater. Zijn haat betrof juist vóór alles de verfoeilijke godloze beginselen van de Franse Revolutie, zijn ‘antiththese’ was gericht tegen ‘links’ in de volle breedte – van oud-liberaal tot sociaal-democratisch -, in het kader waarvan hij niet te beroerd was om zonder veel omhaal gemene zaak te maken met Herman Schaepman, de voorman van de Rooms-Katholieke StaatsPartij. Eén van de voor hen beiden favoriete strijdpunten was de totstandkoming van door de staat betaald christelijk onderwijs. Dat kwam er aan het eind van de Eerste Wereldoorlog in ruil voor het algemeen kiesrecht als concessie aan links. En het is die zogeheten “vrijheid van onderwijs”, vastgelegd in artikel 23 van de grondwet, waar Nederlandse moslims in Nederland zo’n honderd jaar later  dankbaar gebruik van proberen te maken met  de oprichting van een eigen levensbeschouwelijke zuil. En in hun pogingen in die richting vinden zij ineens zo ongeveer heel Nederland op hun weg – de tegenwind komt van zowel van de kant van de linkse als de christelijk-confessionele partijen.Vooral bij links is de weerstand groot.Voelde men zich eindelijk verlost van School met den Bijbel en de aparte roomse scholen voor meisjes en jongens, komen nu die moslims met hun streven naar voor onderwijs in de eigen zuil  op de proppen. Vrijheid van onderwijs? Maar is dat bij nader inzien wel zo verwerpelijk? Is dat bijzonder onderwijs in de loop de 20e eeuw juist ook in linkse kringen juist steeds geliefder geworden, alle ontkerstening ten spijt  – denk in dit verband alleen maar aan het traditioneel vernieuwingsonderwijs als Montessori en Vrije School, reuze in zwang bij progressief linkse middleclass-milieu’s. En ook in traditioneel rechts-confessionele kring lijkt het christelijk onderwijs  meer dan ooit te bloeien. De traditionele christelijke scholen hebben inmiddels resoluut hun felste protestantse of roomse veren weten af te schudden, en met dusdanig succes dat ze bij cultureel meer traditioneel gerichte maar niet meer bijster gelovige maar daardoor niet zelden des te ambitieuzere middleclass-ouders steeds populairder worden. Slechts één derde van ons onderwijs is nog openbaar. Op het gebied van sociale gelijkheid en sociale emancipatie is dat zeker geen positieve ontwikkeling. Het belemmert kinderen uit de lage sociale klassen in hun schoolcarrière en trekt de kinderen van rijkere en beter opgeleide ouders voor. Het onderwijspolitieke dilemma is hier levensgroot, maar wordt in linkse kringen doorgaans zelden als zodanig ervaren. “Hoe de nodige sociale doorstroming in ons onderwijs te bevorderen zonder dat dit ten koste gaat van de culturele en religieuze diversiteit?” zou hier de centrale vraag moeten zijn. In ieder geval niet door bijzonder onderwijs nodeloos te frustreren, zou ik hier vóór alles willen opmerken, en zeker niet bijzonder onderwijs voor en door een sterk achtergestelde gestigmatiseerde religieuze gemeenschap als de islamitische. Zulk onderwijs verdient eerder een zekere voorkeursbehandeling zolang een onbevangen, onbevooroordeelde en faire behandeling van onderwerpen op cultureel en religieus gebied volstrekt onvoldoende in het gangbare Nederlandse onderwijs gegarandeerd kan worden. Illustratief op dit vlak is deze gebeurtenis afgelopen november [2020] op het christelijke Visser ’t Hooft Lyceum in Leiden.

“Schrijfopdracht (telt twee keer mee voor het rapport)

Schrijf een krantenartikel van 500 woorden over de vrijheid van Godsdienst en de islam. De volgende vragen moeten in het krantenartikel besproken worden, maak van iedere vraag een kopje in het artikel:

1 Wat betekent de vrijheid van Godsdienst voor moslims die aanslagen plegen?

2 Hoe kunnen wij onszelf beschermen tegen fundamentalisme?

3 Hoe komt het dat er aanslagen worden gepleegd in naam van de islam?

4 Hoe komt het mensen geloven in een Godsdienst die zoveel geweld voortbrengt?

5 Waarom zijn er zoveel moslimterroristen?”

Zo luidde de opstelopdracht die maand daar. Terecht kwam er een – overigens veel te slap en vrijblijvend – sorry van de school en werd de leraar in kwestie op non actief gesteld. Rabbijn Lody van de Kamp schreef er een even kritische als rake bespiegeling over hoe dit in hemelsnaam mogelijk geweest was in een school met die naam [3] – de linkse Barthiaanse en bij uitstek oecumenisch ingestelde hervormde dominee en grondvester van de Wereldraad van Kerken Willem Visser ’t Hooft zou zich in zijn graf omdraaien. In islamitische kringen doken weldra de nodige snedige satirische parafrases van de stelopdracht de kop op waarin ‘ islam’ vervangen werd door ‘christendom’ en met kolonialisme als favoriet sleuteltrefwoord, maar tegelijkertijd was en is de terechte verbittering hierover er niet minder om.

De gebeurtenis in Leiden staat natuurlijk niet op zichzelf en vindt zijn oorsprong in welbewust opgezette islamofobisch politieke manoeuvres van over de grens, vanuit het Frankrijk van president Emmanuel  Macron wel te verstaan – ik berichtte daarover in de vorige herfstnieuwsbrief op deze site [4]. Daar schreef ik:

Begin oktober 2020, juist  toen de tweede golf van De Corona-pandemie in een stroomversnelling kwam, lanceerde Macron zijn plannen tal van islamitische organisaties verregaand aan banden te leggen in een wet tegen zogeheten  ‘separatisme’. Twee weken later, direct na de dramatische moord op een geschiedenisleraar door een Tjetsjeense islamist, zag hij zijn kans schoon die plannen versneld, verbreed en nog beduidend radicaler dan aanvankelijk gepresenteerd door te drukken. Hij hoopt daarmee minstens twee vliegen in een klap te slaan. Aan de ene kant door zijn ‘natuurlijke’ maar steeds verder slinkende aanhang van hoger gekwalificeerden te herstellen en tegelijk beslissend te verbreden tot in de onderste lagen van onderwijzend Frankrijk waarmee hij zich over de hele linie van geliefd kan maken onder de groeiende  groep van ‘geatomiseerden’ die de bulk van de grote amorfe Franse middenklasse vormen. De vermoorde geschiedenisleraar [Paty] vormt daarbij voor hem het gedroomde slachtoffer. Aan de kant door de achterban van Le Pen en de in menig opzicht bijna net zo xenofobe achterban van de gaullisten [thans ‘Les Républicains’ geheten] de wind uit de zeilen te nemen. Macrons verscherpte repressie tegen wat hij noemt ‘het íslamisme‘ maar wat de facto neerkomt op kritische moslims in Frankrijk overtreft de natste dromen van de doorsnee Franse diender, hét rolmodel bij uitstek van het electoraat van het Rassemblement  National [zoals de club van Le Pen tegenwoordig heet]. Het is een even gewetenloze als levensgevaarlijke politiek die Frankrijk en de Fransen vroeg of laat een nog diepere crisis kan storten, nog beduidend dieper dan de miserabele situatie waarin zij nu al zitten.”

Een paar weken later waaide de kwestie over naar de Bataafse slikken en zompen. Het begon met een incident op het Rotterdamse  Emmauscollege waar een leraar geschiedenis moest onderduiken naar aanleiding van het behandelen van een anti-islam-spotprent. En als reactie op verontwaardiging daarover was er het initiatief voor een petitie vanuit islamitische kring om het beledigen van de profeet strafbaar te stellen. De furie die daarop vanuit wit Nederland ontstak was buitengemeen fel  en reikte tot heel diep in de banken van de Tweede Kamer, waar die arme Farid Azarkan van DENK alle denkbare fiolen van toorn over zich uitgestort kreeg. Schril, vilein, vals klonken die – als de al even schelle als onheilspellende Lutherse litanie in eerder genoemde cantate BWV 18 waarin de diepe angst en afkeer voor paus en turk door klinken. Vooral die steeds herhaalde penetrante noot in de sopraanpartij gaat hier door merg en been – Bach op zijn allervenijnigst – de passage doet zeker niet  onder voor diens van haat vervulde  “Sind Blitze sind Donner” uit de Mattheüspassion.

De witte toorn was overigens Kamerbreed, met een extra eervolle vermelding voor het venijn van CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg. En links huilde al even hard mee, de PvdA voorop. Dat was ook natuurlijk ook wel te verwachten – in het late voorjaar had de Kamer zich nog op sleeptouw laten meenemen met de organisatie van die onzinnige bliksemenquête naar ‘ongewenste beïnvloeding’ [van islamitische godsdienstoefeningen] vanuit zogeheten ‘onvrije’ landen [5]. En het jaar daarvóór hadden  de Amsterdamse GroenLinks-burgemeester Femke Halsema en haar PvdA-onderwijswethouder Marjolein Moorman zich als sneue loopmeisjes van de AIVD laten gebruiken in het conflict met het islamitische Cornelius Haga Lyceum [6]. Ach, zie hier de Werdegang van een progressief en o zo seculier links Nederland dat zich zo graag wil laten voorstaan op zijn vrijzinnige voortreffelijkheid maar daarbij in de kwestie van de scheiding tussen kerk en staat al te gemakkelijk denklui aanleunt tegen het even kale als fobische laïcisme-concept van Franse makelij.  ‘Neutraliteit’ in de publieke sfeer is in dat concept het uitgangspunt, geheel conform de officiële staatsdoctrine zoals die in de eerste fase van de Derde Republiek [1870-1940] gestalte kreeg. Dat was de fase van vóór de Eerste Wereldoorlog, toen trotse ‘hexagone’, sinds 1870 door Bismarck van Elzas-Lotharingen beroofd, op revanche zon en na de Dreyfuss-affaire in radicaal republikeins vaarwater gekomen in 1905 op het cultureel-religieuze front een koene daad wilde stellen door te breken met het in 1801 door Napoleon overeengekomen concordaat met de paus en een en ander juridisch te beklinken in de vorm van een kordate wet op de scheiding van kerk en staat [7].

Die wet was het product van een in de grond van de zaak  een uiting van een hopeloos door complotdenken geplaagd anticlericalisme, ingegeven door een obsessieve angst voor een naar roomse omnipotentie hakende katholieke kerk waar de steile Pius X zojuist de scepter had overgenomen. Een vrees die heel diepe wortels had in de in religieus opzicht zeer beklemmende periode van het Ancien Régime, de tijd van vóór de Franse Revolutie dus, met de herroeping in 1685 van het relatief zeer religie-tolerante Edict van Nantes uit 1598 als intriest dieptepunt. Zo kwam hier aan het prille begin van de 20e eeuw in Frankrijk dus de scheiding van kerk en staat tot stand, een scheiding die in Frankrijk in de praktijk echter meer en meer is uitgedraaid op een nodeloos scherpe scheiding van kerk en openbaar leven. Daarmee is hier in de loop der tijd de vrijheid van godsdienst meer en meer lelijk in het verdoemhoekje terecht gekomen. Inmiddels is hier na ruim vier decennia extra versnelde ontkerstening de grote boeman voor de Franse republikeinen natuurlijk allang niet meer Rome, maar de islam: van Vaticanofobie tot islamofobie [8].Een beschamend démasqué van onverbloemde xenofobie voor een Frankrijk dat zo altijd zo gretig prat ging op zijn wereldwijde, immer en overal geldige  ‘universalisme’. Een land dat inmiddels meer dan rijp is voor een Zesde Republiek.

Hoe anders is dat alles in Europese landen waar in tegenstelling tot Frankrijk dankzij de Reformatie al een half milennium geen sprake meer is van een oppermachtig rooms-katholicisme. Nederland bijvoorbeeld, waar de revolutionairen van de Bataafse Republiek [1795-1806] juist de vrijheid van godsdienst mede daardoor altijd wél nadrukkelijk in het vaandel hebben gedragen. Het geflirt met met die – typisch Franse – karikaturaal anticlericale interpretatie van de scheiding tussen kerk en staat die in ons land de laatste jaren her en der in de mode is geraakt is in deze zin dus eigenlijk zeer on-Nederlands. [9]. Het zou in dit verband geen kwaad kunnen als Nederland  – en dan met name links Nederland [10] – zich op dit stuk eindelijk iets meer zou gaan verdiepen in de eigen geschiedenis.

Allemaal goed en wel, maar intussen gaan de uitsluiting en discriminatie van moslims en moslima’s ‘gewoon’ onverminderd door. Onverminderd? Met dit grote verschil dat deze gemeenschap zich inmiddels niet langer meer zonder protest en verzet laat wegdrukken. Main stream wit links is nu aan zet, om – om te beginnen – de moslim nu eindelijk eens werkelijk te zien stáán, niet als een of ander rolmodel of  sociaal-economisch, cultureel-religieus of politiek Charaktermaske, maar als mens van vlees en bloed!

NOTEN

[1]
Dergelijke verschuivingen van religieuze naar – au fond dezelfde – geseculariseerde sociale attitudes en bijbehorende codes hebben natuurlijk vaak al veel eerder plaats gevonden, met als even klassiek als dankbaar voorbeeld het perverse crypto-meritocratisme van de vrome Hollandse calvinist die natuurlijk niet openlijk durft te beweren dat hij zijn zielenheil zelf zou kunnen verdienen, maar met zijn arbeidzame en obsessief op kapitaalaccumulatie gerichte levensstijl rekent hij stiekem maar al te vast op een gerieflijk plekje in de hemel – materiële voorspoed als teken van Goddelijk uitverkiezing. In geseculariseerde vorm is dit crypto-meritocratisme ook, ja juist in onze even ontkerstende als neoliberale tijden nog immer meer dan springlevend, Webers Geist des Kapitalismus gedachtig – zie hierover diens klassieke studie Die protestantische Ethik  und der “Geist” des Kapitalismus  Weinheim [Beltz Athenäum Verlag] 1996/2. Een zorgvuldig toegelichte en becommentarieerde herdruk op basis van de allereerste editie van 1904/ 1905.

[2]
Een fragment uit de tekst van cantate BWV 18 van J.S. Bach onder de titel Gleichwie der Regen und Schnee vom Himmel fällt Zie de link:  https://www.bachvereniging.nl/nl/bwv/bwv-18/  voor de tekst en de uitvoering  (digitale beeld- en geluidsopname)name) [in de Grote Kerk van Maassluis].

[3]
Zie: De schrijfopdracht op het Visser ’t Hooftlyceum in Leiden – Rabbijn Lodi van de Kamp: “Leidse school neemt afstand maar dat is niet genoeg” in NieuwWij van 25 november 2020 Zie link:

https://www.nieuwwij.nl/opinie/de-schrijfopdracht-op-het-visser-t-hooft-lyceum-in-leiden/?fbclid=IwAR0Xp471BSVVGg9hiNeXFWXlBHXIrFXj2CHEuJhD65aNfU-gxzTM2MCnvtE

[4]
Zie het artikel: De onvermijdelijke verdere erosie van de ooit zo trotse ‘hexagone’  in de herfstnieuwsbrief op deze site.

[5]
Zie hierover o.m.:

=Roemer van Oordt, Weer niks nieuws over buitenlandse inmenging en informele scholing  In: Republiek Allochtonië 20 juni 2020 Zie link: https://www.republiekallochtonie.nl/blog/opinie/weer-niks-nieuws-over-buitenlandse-inmenging-en-informele-scholing

=Stéphane Alonso, Kabinet wil inzicht in financiering moskeeën kunnen afdwingen In: NRC/ HB van 23 november 2020 Zie link: https://www.nrc.nl/nieuws/2020/11/23/kabinet-wil-inzicht-in-financiering-moskeeen-kunnen-afdwingen-a4021087#/handelsblad/2020/11/24/#102

[6]
Voor het uitgebreide digitale dossier dat NRC/ HB in de loop der tijd over deze kwestie heeft opgebouwd zie de link: https://www.nrc.nl/dossier/cornelius-haga-lyceum/

[7]
Zie:  Georges Dupeux, La IIIe République. 1871-1914 Les enfances de la démocratie bourgeoise – en dan met name de paragraaf IV – La république du bloc et des radicaux / La séparation de l’Église et de l’Etat  In:  Georges Duby [red.], histoire de la France, tôme 3 –  les temps nouveaux de 1852 à nos yours  Parijs [Réferences Larousse] 1988/ 2, blz. 170-173

[8]
Een fobie waarvan overigens door Franse regeringen de afgelopen vijftien jaar – van Sarkozy tot en met Macron – handig gebruik is gemaakt om de aandacht af te leiden van hun pijnlijke nederlagen op het sociaal-economische front. Meer hierover in – opnieuw – het artikel: De onvermijdelijke verdere erosie van de ooit zo trotse ‘hexagone’  in de herfstnieuwsbrief op deze site.

[9]
Over de invulling van het concept van de scheiding van kerk en staat bij de Nederlandse patriotten en bij de Bataafse  republikeinen in de late 18e en vroege 19e eeuw zie: Joost Rosendaal, Bataven!  Nederlandse vluchtelingen in Frankrijk 1787-1795  Nijmegen [Vantilt] 2009. In de epiloog wordt in de paragraaf De eigenheid van de Nederlandse Revolutie [vanaf blz. 585] kort ingegaan op het feit dat bij de Bataafse revolutionairen een ondogmatisch en uitgesproken zedelijk gericht christendom en een daarmee verbonden sterk streven naar sociale gelijkheid voorop stonden en op de vraag hoe dat gedachtegoed heeft doorgewerkt in het latere politieke landschap van Nederland, vanaf de patriotten van de late 18e eeuw via de Bataafse Republiek in de vroege 19e eeuw en vervolgens via bewegingen als liberalisme, progressief radicalisme en socialisme tot op de dag van vandaag.

[10]
Main stream links kent op levensbeschouwelijk en religieus gebied een beschamend grote en lege witte vlek.  Hier twee voorbeelden.

=Vlak na de Tweede Wereldoorlog probeerde rode dominee en eerste voorzitter van de PvdA Willem Banning  de nodige geestelijke ruimte binnen zijn eigen partij te scheppen in de hoop aldus zogeheten  ‘doorbraakchristenen’ naar de rode burcht te kunnen lokken, een burcht die mede daardoor overigens al snel danig van kleur verschoot. En tot overmaat van ramp draaide die hele doorbraak ook nog eens uit op een jammerlijk fiasco. Wie zich heden ten dage nog in georganiseerd christelijk verband binnen en nabij de PvdA begeeft, zoekt beschutting bij de Banning Vereniging  die op zijn beurt het Netwerk PvdA en Levensovertuiging ondersteunt. Ik heb niet het idee dat de mannen en vrouwen van deze vereniging bijzonder veel Anklang genieten bij de relevante PvdA-portefeuillehouders in parlement en gemeenteraad. Maar ik  kwam in de digitale kolommen van deze vereniging  in ieder geval wel dit recente artikel tegen van historicus Maarten van den Bos: De school is niet van de staat – Pleidooi voor Artikel 23 dat februari 2020 in het tijdschrift Volzin verscheen. Zie link:  https://www.banningvereniging.nl/de-school-is-niet-van-de-staat-pleidooi-voor-artikel-23/ . Een even genuanceerd als moedig verhaal, zeer relevant voor de in mijn artikel aangekaarte thematiek, en dan met name wat betreft de vrijheid van onderwijs.

=Twee van de vier partijen waaruit in 1989 GroenLinks ontsproot kenden onmiskenbaar confessionele wortels: De PPR en de EVP, laatstgenoemde het meest nadrukkelijk. De christenen binnen GroenLinks zijn verenigd in de organisatie De Linker Wang. In deze kringen vond ik een ander recent relevant artikel, en wel van de hand van politicoloog Theo Brand, jarenlang hoofdredacteur van het tijdschrift van De Linker Wang:  Waarom GroenLinks Kauthar ondubbelzinnig moet steunen – Het is goed dat oude, witte mannen als Meindert Fennema afzwaaien en jonge, idealistische vrouwen de partij komen versterken, gepubliceerd in Joop van 20 novemer 2020. Zie link:  https://joop.bnnvara.nl/opinies/waarom-groenlinks-kauthar-ondubbelzinnig-moet-steunen?fbclid=IwAR1T6tkA2Q3es89N8PxCEmrglvl3kobdgR6J33EMdmpauWn3mWzi_ad2y9c . Hierin neemt de auteur het op voor Kauthar Bouchallikht, een jonge moslima die op een prominente plaats staat op kandidatenlijst van GroenLinks voor de komende verkiezingen voorde Tweede Kamer. Het artikel bevat een even vlammend als overtuigend betoog aan de top van de partij om haar te verdedigen tegen aanvallen – zowel van extreem rechts als vanuit eigen gelederen. Maar of Jesse Klaver echt de rug recht zal houden bij verdere aanvallen?

=====nieuw op de site=====================================================

>onder de knop Dubbelkrimp:

  • PU  De Grote Droogte van de IJsselvallei eindrapport  (samen met Arjan Nienhuis en met steun van het Stimuleringsfonds Rotterdam voor de Creatieve Industrie te Rotterdam en het Waterschap Rijn en IJssel te Doetinchem, Bruchem november 2020)