Marianne misbruikt
Nog steeds met je woeste haardos en je rode smurfenmuts [1]
Maar je werd en wordt nog steeds misbruikt
Ik schilderde [2] daarom de bittere trekken rond je mondhoeken
Jouw vrijheid door heren en dames gefnuikt
Hoge heren van Derde, Vierde en Vijfde Republiek [3]
degraderen je tot symbool van hun leeg laffe lekendom [4]
Witte dames gewapend met Hollandse zondebokpolitiek
misbruiken je voor hun jacht op de zwarte vluchteling [5]
Maar weet – de flikkering in je ogen
wint het tenslotte van alle bitter en zuur
Alle? Nee – de laatste herinnering aan daaraan voedt
juist des te meer onze strijdlust en levensmoed
Wij vieren de kracht van het vuur van de lange duur
Wie tijd eert en neemt wordt nimmer bedrogen
Steven vanSchuppen / 23 mei Den Haag
Dit artikel ontvouwt zich als van zelf door de volgende tekst van de voetnoten bij het gedicht te lezen
Noten
[1]
‘Smurfenmuts’ verwijst naar de frygische muts een kledingstuk waarvan de vorm heden ten dage toch vooral doet denken aan de muts van de Smurfen in de gelijknamige Belgische stripserie. De kleur van de smurfenmuts is blauw, de frygische muts rood. Het was bij uitstek de hoofdtooi van de ‘gewone mens’ zònder de titels en pruiken die gebruikelijk waren bij lieden van stand in de 18e eeuw in Frankrijk. De frygische muts was daarom ook favoriet onder revolutionairen na de Revolutie van 1789. Het besef van de pruikloosheid van Franse revolutionairen drong ook tot Nederland door toen de zogeheten patriotten – de politieke tegenstrevers van de toen heersende stadhouderlijke partij – in 1787 met steun van het Pruisische leger het land uitgezet waren op hun beurt in 1795 ondersteund door een Frans leger terugkeerden en de stadhouder verjoegen. Die gebeurtenissen vonden ook hun weerklank in het onmiskenbaar spottend bedoelde kinderliedje “Hop Marjanneke , stroop in ’t kanneke, laat de poppetjes dansen, eertijds was er de Prins [of: Pruis] in ’t Land en nu de kale Fransen” De verzinner[s] van het versje laat [laten] wijselijk in het midden of de stimulerende invloed die Marjanne als symbool uitoefende op de poppetjes’ [denigrerende term voor ‘soldaatjes’] de revolutionaire dan wel de contrarevolutionaire kant van het front betrof.
Het ‘echte’ oorspronkelijke Mariannelied is iets ouder, speelt zich af in de late zomer en het najaar van 1792 toen in Frankrijk tenslotte waaratje de monarchie viel en de Republiek geboren werd. Het lied vertelt over een aanvankelijk met haar gezondheid tobbende volksvrouw Marianne die echter in het kielzog van de voortgang van de revolutie gaandeweg aan kracht wint. Het revolutionaire nieuwe bewind doet haar tenslotte genezen, waarbij haar lichaam en geest symbool staan voor het revolutionaire Frankrijk: de troepenbewegingen – revolutionair dan wel contrarevolutionair – lijken zich in haar eigen bloedbanen af te spelen. Dat is de echt Franse Republiek: spannende, bloedserieuze, vurige taferelen, echter niet zonder gevoel voor humor onder woorden gebracht – maar dat is toch echt andere koek dan ‘ons’ laconiek spottende Marjanneke van de Bataafse Republiek.
[2]
Ik ben bezig met een panoramaschildering in acrylverf [afmetingen 240 x 60 cm]. Hierop is een prominente plaats ingeruimd voor een afbeelding van Marianne, jawel in de strijdbare revolutionaire versie, maar inmiddels wèl tegelijk ook sadder & Wiser, getuige de bittere trekken die ik haar gegeven heb rond de mondhoeken.
In een volgende [herfst][editie van deze nieuwsbrief van www.stevenvanschuppen.nl besteed ik hier nadere aandacht aan.
Hier de titel van het werk:
? ?<< Panorama M. Maris
In tijd en plaats van rechts naar links te lezen
?? << 2126 << 2026 << 1851
?? << Zandmotor << Wapendal
De utopie en dystopie voorbij
DE FOLLY
De ontdekking van de vele innerlijk tegenstrijdige meerduidingen van
De ontdekking van de vele innerlijk tegenstrijdige meerduidingen van
DE FOLLY
[3]
De hoge heren van de status quo hebben zich er vooral voor ingespannen het revolutionaire karakter van Marianne te ontkrachten om daar voor in de plaats de eigen stokpaarden in stelling te kunnen brengen. Elke republiek met bijbehorende regeerperiode heeft daarbij zijn eigen manegerie aan stokpaarden.
>De [Franse] Derde Republiek [1870 – 1944] is in 1870 na de Duits-Franse oorlog uit vernedering geboren. Vernedering door ‘de Pruis’ – het nieuwsbakken [tweede] Duitse keizerrijk dat in 1870 met de Frans-Duitse oorlog ontstond. Bismarck nam daarbij een lelijke hap uit de kaart van Frankrijk. Elzas-pLotharingen kreeg door de IJzeren Kanselier een Diktaturparagraf opgelegd. Het gefrustreerde Gallië zocht een uitweg door het vizier op het nog immer diep gevreesde Vaticaan te richten: wie zei daar Richelieu [de beruchte 17e-eeuwse aartsbisschop-potentaat]? De honderdjarige verjaardag [1901] van Napoleons concordaat met de Paus [1801] vormde voor een welkome aanleiding dat verdrag reuze flinks op te zeggen. Nee, men durfde natuurlijk niet een zinnebeeld als het ijverig gefröbelde Opperwezen uit het heilige tuin van Rede van stal te halen, immers een relict uit de meest radicale, bloedige episode van de revolutie. Dan nam men toch maar liever zijn toevlucht tot die lafhartige laïcité [letterlijk vertaald: lekendom], dat angstvallig verhinderen van ieder religieus spoor in het openbare leven. Diezelfde Derde Republiek overleefde zowaar de Eerste Wereldoorlog dankzij het te elfder ure inrijden, -varen en -vliegen van mens en materieel uit de extended anglosaxon world – tot aan Canada en Australië aan toe. In de Tweede Wereldoorlog lukte het die Derde Republiek niet zijn voortbestaan voort te zetten. Maarschalk Pétain, de Held van Verdun, liet zich in 1940 tot schaamteloze collaboratie met Duitse bezetter verleiden.
>De Vierde Republiek [1946-1958] – instabiel, besluiteloos, zonder daadkracht – brak na de smadelijke nederlaag in Vietnam [Slag bij Dien Bien Phu – 1954] vervolgens successievelijk veel van zijn reeds sterk verzwakte koloniale tanden op Algerije, de oogappel van het Franse koloniale rijk, net aan de overkant van het eigen Mare Nostrum gelegen.
>Met de Vijfde Republiek [vanaf 1958] wilde generaal Charles de Gaulle als reactie op het échec van de instabiele Vierde Republiek eigenlijk niets anders dan een nieuw Napoleontisch Rijk, en wel mèt extra uitgebouwde bevoegdheden voor het staatshoofd, maar zònder het erfelijk karakter van het staatshoofd van weleer. En dat ging al heel snel helemaal fout. De Gaulle verdween al in 1969 van het toneel van het toneel, nog geen jaar na de befaamde meimaand van 1968 met zijn golven van acties n stakingen van arbeiders en studenten. De roerige gebeurtenissen in 68 deden de herinneringen uit het collectieve geheugen opleven, met name aan het massale, extreem bloedige neerslaan in vooral de meimaand van 1871 van de opstand door het leger van de toen net geïnstalleerde Derde Republiek. De nederlaag van het opstandige stadsbestuur van Parijs in 1871 vormde een diep insnijdend wereldwijd trauma van de opkomende arbeidersbeweging, het was zoveelste mislukte opstand. Met ‘mei ’68’ brak plotseling op de meeste onverwachte plekken wereldwijd het besef door om niet langere genoegen te nemen met die eindeloze, al die vaak zo bewust gearrangeerde ondoorzichtige afleidingsmanoeuvres die zich op alle vlakken van het leven voordoen. Was hier een nieuwe, ook en vooral culturele revolutie gaande?
Aanvankelijk wel degelijk, en nog jaren daarna was het hart van menigeen vol van de radicale ideeën van ‘mei 68’. Maar om van revolte tot een echte omwenteling te kunnen komen, is er meer nodig. Het tij van de lange golven in de kapitalistische economie kondigde een lange periode van neergang die er in de loop van de jaren 70 er ook daadwerkelijk zou komen. De Trente Glorieuses – de dertig voorspoedige jaren na het einde van de Tweede Wereldoorlog – waren op hun einde gelopen. Er was in de vroege jaren 80 nog even een sprankje hoop toen in 1981 de socialist Mitterrand president die een regering aanwees met naast socialisten ook communisten, met ambitieuze sociale plannen die echter onder de druk vanuit ‘Europa’ weer vrij snel goeddeels werden ingeslikt. Wat restte was een volk zonder geloof. Tijdens de Trente Glorieuses betrof de afvalligheid vooral de rooms katholieke kerk, na het échec van Mitterrands premier Mauroy begon de af afvalligheid huis te houden binnen de gelederen de communistische partij (PCF); de Val van de Muur deed de rest. De angst voor het Vaticaan doofde uit, in plaats daarvan groeide de islamofobie, hetgeen een uitgelezen gelegenheid bood voor achtereenvolgende presidenten – van Chirac via Sarkozy en Hollande t/m Macron – het danig verbleekte gelaat van het lekendom eindelijk weer eens flink op te kunnen poetsen, daarmee tegelijk moslims politiek rigoureus te kunnen isoleren én- lest best – de aandacht af te kunnen leiden van de hoogst urgente sociale strijd. Want die strijd was nu des te harder nodig , omdat in het kielzog van Val van de Sovjet Unie de ontwikkeling van die verstokt neoliberale Europese Unie [EU] met zijn rigide toegepaste interne markt [Verdrag van Maastricht, 18992] in een stroomversnelling raakte. Dat leidde niet alleen tot afbraak van de industrie in de landen van hete voormalige Oostblok, maar ook in La Douce France….
[4]
‘degraderen je tot symbool van hun leeg laffe lekendom’: wordt uitgelegd in een eerder fragment onder noot’ 3/ onder het kopje ‘de Derde Republiek’:
‘Het gefrustreerde Gallië zocht een uitweg door het vizier op het nog immer diep gevreesde Vaticaan te richten: wie zei daar Richelieu [de beruchte 17e-eeuwse aartsbisschop-potentaat]? De honderdjarige verjaardag [1901] van Napoleons concordaat met de Paus [1801] vormde voor een welkome aanleiding dat verdrag reuze flinks op te zeggen. Nee, men durfde in ieder geval al helemaal een zinnebeeld als het ijverig gefröbelde Opperwezen uit het heilige tuin van Rede van stal te halen – immers een relict uit de radicale bloedige episode van de revolutie. Dan nam men toch maar liever zijn toevlucht tot die lafhartige laïcité, dat angstvallig verhinderen van ieder religieus spoor in het openbare leven.’
[5]
‘Witte dames gewapend met Hollandse zondebokpolitiek / misbruiken je voor hun jacht op de zwarte vluchteling’ Geduid wordt hier op de op de demonstraties van gegoede witte dames die hun ‘feministische’ ’bezorgdheid’ tonen over het oprichten van zogeheten asielzoekerscentra, te bemensen met overwegend mannelijke vluchtelingen – in meerderheid bovendien gekleurde mensen. Het racisme van deze vrouwen is zo overduidelijk dat je er onder normale omstandigheden geen woord aan zou hoeven vuil te maken. Maar de huidige omstandigheden in Nederland zijn nu juist op dit moment NIET NORMAAL. Het gros van de politici tolereert uit lafhartigheid deze ‘activisten’. En een deel van de bevolking deelt dezelfde mening. Een en ander doet onwillekeurig denken aan de oprispingen van massahysterie zoals die nog tot diep in de vroeg moderne tijd bij tijd en wijlen de kop opstak in streken met streng calvinistische , zogeheten ‘bevindelijke’ [ een soort protestantse mystiek waarbij de individuele, persoonlijke geloofservaring centraal staat] gemeenschappen met uiteenlopende opvattingen en accenten, her en der bijeenkomend, niet alleen in de kerk maar ook in zogeheten conventikels’ in huiskamers. Bekend in dit verband is het geval van het zogeheten ‘Nieuwkerkse Werk’ , een beweging van religieuze massahysterie die zich tussen 1749 en 1752 – dus midden in de als juist zo verlicht bekend staande 18e eeuw – vanuit Nijkerk en de daar predikende dominee Kuypers zuidwestwaarts verspreidde bijna heel de zogeheten Bijbel-band langs met naast wettisch-orthodoxe vooral veel bevindelijke gelovigen – tot en met het Land van Altena aan toe : kortom de ruggengraat van La Hollande profonde. De beweging was het toentertijd voornamelijk vrijzinnig georiënteerde establishment van de o zo afstandelijke ‘publieke kerk’ natuurlijk een doorn in het oog. In de séances werden uitingen van blijdschap en vreedzaamheid op meest onverwachte momenten afgewisseld door gevoelens van angst en wanhoop her en der onderbroken door het naäpen van dierengeluiden. Er zijn tal van pogingen geweest de beweging in te dammen , met wisselend succes, totdat de woelingen als vanzelf langzaam wegebden. Over de oorzaak van de beweging verschillen de meningen. Met de vergiftiging door de schimmelziekte moederkoorn als oorzaak gooide antropoloog Jojada Verrips in 1980 de knuppel in het hoenderhok. Mogelijk, maar dan toch niet meer dan als aanleiding. Concurrentie van christelijke opwekkingsbewegingen afkomstig van de overkant van de Grote Plas klinkt het in weinig verlichte kringen in de States. Hoe dit ook zij, het botsen van oud en nieuw geloof, van massaconsumptie, neoliberale hebzucht, hardvochtig economisch en tegelijk over-formalistisch opereren van gezagsdragers en – last but not least – , allerhande ondergangsangsten kan tot een kwaadaardig mengsel leiden, waarbij zo’n Nieuwkerks Werk slechts kinderspel is. In de huidige Nederlandse situatie lijkt er sprake te zijn van een zichzelf versnellende beweging die begon met de Corona-pandemie. Een pandemie – in de beleving van de meeste post-Wereldoorlog-II-Nederlander is dat een oerangst diep uit middeleeuwse krochten. Handvatten en ijkpunten hoe in dit soort situaties te handelen zijn kennelijk vergeten, verdrongen of ‘gewoon’ nooit goed aangekomen. Maar als een dergelijk hysterisch handelingspatroon zich vervolgens uitbreidt naar een in principe redelijk goed te begeleiden probleem als het huisvesten van vluchtelingen dan moet we de daders de daders recht in de ogen kijken en zeggen: hou op met jullie leugens , tot hier en dan – snel! – terug! Dat moet elke inwoner van dit land tegen iedereen in dit land zeggen, van de naaste buurmens tot en met de politiekste gezagdrager. Maar allereerst tegen die zogenaamd neutrale tussenlaag van nieuwsmedia en al even angstvallig neutrale deskundigen.
Ik ben bang dat we hier eigenlijk al te laat zijn. Nederland lijkt een innerlijk kompas te missen om tijdig het werkelijke kwaad het hoofd te kunnen bieden. Frankrijk kent tenminste nog zijn weliswaar zijn steeds verder verblekende ‘Front Républicain’ waarmee aan rechts-extreme machtsovername een halte kan worden toegeroepen door goede afspraken te maken bij de tweede verkiezingsronde. Le Pen is er tot nu toe tenminste nooit doorgekomen. Enne – dat ‘Front Républicain’ heeft wèl zijn wortels in …. die Franse Derde Republiek. Ere wie ere toekomt!